CDA wil meer zicht op lokale LHBTIQ+ gemeenschap

Foto: Gemeente Zaanstad

De CDA-fractie maakt zich zorgen na de publicatie van het actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+, waaruit bleek dat discriminatie en geweld voor homo’s, lesbiënnes, transgenders en andere mensen met een van de norm afwijkende seksualtiteit een verre van gepasseerd station is. Steunfractielid Nick Hendriks is benieuwd naar de Zaanse werkelijkheid.

De regenboogvlag uithangen op het stadhuis is voor de fractie niet genoeg om uit te dragen dat Zaanstad een regenbooggemeente is, schrijft hij. Maar er is onvoldoende zicht op wat de gemeente, de politie en ook het Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek – Waterland ondernemen tegen geconstateerde discriminatie en bijhorende geweldplegingen en welk deel van de bevolking zich daaraan schuldig maakt.

Eigen onderzoek

Volgens voorzitter Astrid Oosenbrug van COC Nederland is het landelijk een probleem, maar de gemeenteraad heeft geen cijfers over hoe vaak bijvoorbeeld homo’s op straat worden belaagd in Zaanstad. Het actieonderzoek in opdracht van de gemeente Amsterdam wees uit dat bevolkingsgroepen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond daar de LHBTIQ+ gemeenschap het vaakst lastigvallen. Hendriks wil een soortgelijk onderzoek in de eigen gemeente.

Zaanse Regenboog

Via schriftelijke vragen wil hij ook te weten komen hoeveel meldingen en aangiftes er jaarlijks bij de gemeente, het Bureau Discriminatiezaken en de politie binnenkomen over LGBTIQ+ zaken. Ook vraagt hij wat wethouder Rita Noordzij de afgelopen jaren om deze groep burgers te beschermen. De CDA-fractie is er verder voorstander van dat de Zaanse Regenboog de voorlichting over seksule diversiteit gaat doen op scholen, omdat de stichting ‘middenin de Zaanse gemeenschap staat’.

 

 

Reacties

Cookieinstellingen