De gemeente wil huiseigenaren eerder kunnen dwingen om hun fundering te herstellen, zodat zij minder vaak grote klussen als rioleringswerkzaamheden in de weg zitten en als individu niet langer het herstel van een heel blok kunnen dwarsbomen.
Tot nu toe grijpt de gemeente pas in als de fundering al bezweken is en nog een levensduur van maximaal een jaar heeft. Die termijn wil het college nu verruimen tot vijf jaar: de fundering staat nog overeind, maar zal binnen een tot vijf jaar de geest geven. Dit wordt met name van belang geacht ‘in situaties waarbij de eigenaar niet tot herstel kan of wil overgaan en de woning het herstel van een compleet bouwblok verhindert, of als de gemeente vanwege deze woning gedwongen is tot zeer kostbare beheersmaatregelen bij de uitvoering van grote projecten zoals rioleringsherstel.’
Uitbreiding van de handhaving op funderingen kan op basis van artikel 13 van de Woningwet. Die wet is tot op heden door Zaanstad nog niet gebruikt, maar door de collega’s in bijvoorbeeld Rotterdam al wel. Daarom is bij de opstelling van nieuwe beleidsregels voor eerder ingrijpen goed naar de havenstad gekeken. Het college wil tot 2018 experimenteren met de nieuwe werkwijze en verwacht gedurende die periode zo’n vijf huiseigenaren te moeten verplichten hun fundering aan te laten pakken.
[embed][/embed]
Door de oprichting van het Landelijk Fonds Duurzaam Funderingsherstel kunnen al meer inwoners in aanmerking komen financiering. Maar het ‘aanschrijven tot het treffen van voorzieningen’ onder de oplegging van een last onder dwangsom of bestuursdwang indien de eigenaar in gebreke blijft, kan niet lichtvaardig worden opgevat. Bij elk individueel geval zal de gemeente de noodzaak uitgebreid dienen te motiveren.
Zaanstad kent drie categorieën funderingen:
Wat het college nu dus wil is om in voorkomende gevallen het regime voor C-funderingen ook toepassen op de B-categorie. Dit is deels omdat in de aanloop naar openbare werken alle panden met funderingsproblemen geïnventariseerd en er vaak sprake is van aanpassingen en vertragingen door B-funderingen. Dat drijft de kosten op en het is volgens de college de vraag of dit verstandig is: de bewoners lopen tijdens de werkzaamheden risico extra schade te lijden terwijl de fundering sowieso binnen vijf jaar hersteld moet worden en de gemeente maakt hoge extra kosten die met goede funderingen voorkomen hadden kunnen worden.
[embed][/embed]
Weigerachtige eigenaren die in een blok wonen frustreren nu soms buren die graag aan de slag willen. Daar wil het college ook iets aan doen. Het herstel van de fundering van rijtjeshuizen gebeurt bij voorkeur voor het hele bouwblok, omdat de draagconstructie en fundering een zekere samenhang en afhankelijkheid vertonen. Als niet alle panden tegelijk worden hersteld, moeten extra maatregelen worden getroffen en dat leidt in de praktijk vaak tot ingewikkelde oplossingen, extra kosten voor de welwillende eigenaren en een verhoogd risico op meer schade van (een deel van) het bouwblok en onveilige situaties.
In dergelijke situaties kunnen onwillige eigenaren straks bevel krijgen om toch mee te doen. Burgemeester en wethouders schrijven hen aan indien: