Voorvechters gelijke rechten geëerd in straatnamen Oostzijderpark

Foto: Pixabay / Open Clipart Vectors

De straatnamencommissie heeft Jacob Israël de Haan, Corry Tendeloo, Jacob Anton Schorer, Ageeth Scherphuis, John Blankenstein,  Steven Blaupot ten Cate, Benno Premsela, Johanna Petronella Odijk-Wouters, Willy Hofman-Poot en Bob Angelo uitgekozen om te worden herinnerd met een straatnaam in nieuwbouwwijk Oostzijderpark bij het ZMC.

Dat moet de eerste ‘Regenboogwijk’ van Nederland worden, waar de straten naar voorvechters van gelijke rechten worden vernoemd. Het college heeft de voorgestelde namen goedgekeurd. Het college heeft een korte biografie van hen allen naar de raad gstuurd.

 

 

Jacob Israël de Haan (1881 – 1924) gaf middels zijn literaire werk aandacht aan zijn homoseksuele geaardheid. Hij was voornamelijk dichter, maar ook bekend door enkele romans en essays. Op jeugdige leeftijd verhuisde het gezin met daarin ook oudere zus Carry van Bruggen, het pseudoniem van Lientje de Haan, naar Zaandam. Jacob was later enige jaren onderwijzer in Krommenie. Hij was een onaangepast persoon, even intelligent als omstreden.

In zijn twee romans schreef De Haan openhartig over liefdesrelaties tussen jonge mannen. ‘Hij getuigde van zijn homoseksualiteit, verdiepte zich in zijn Jood-zijn en deed dit op een voor die tijd ongekend openhartige, strikt eerlijke manier. Botste naar welke kant hij zich ook bewoog’, schreef Gerrit Komrij over hem. Komrij besluit met de opmerking dat aan De Haan eindelijk de plaats moet worden toegekend die hij verdient onder de Nederlandse dichters: onder de grootsten. (Zaanwiki.nl)

Corry Tendeloo (1897 – 1956)

Tendeloo was een Nederlands politica, maar ook feministe, advocate en lerares. Ze was gemeenteraadslid in Amsterdam voor de Vrijzinnig Democratische Bond en daarna lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid van 1945 tot haar dood. In het parlement zette zij zich vaak in voor de gelijkheid tussen man en vrouw. De motie Tendeloo uit 1955 had tot doel het automatische ontslag van gehuwde vrouwen uit overheidsdienst af te schaffen, wat een jaar later ook gerealiseerd werd. Ook werd op haar voorstel kiesrecht verleend aan vrouwen in Suriname, zette ze zich in voor de erkenning van de handelingsbekwaamheid van gehuwde vrouwen en de afschaffing van de bepaling dat de vader als hoofd van het gezin werd aangemerkt. (Wikipedia.org)

Jacob Anton Schorer (1866 – 1957)

Oprichter van de eerste Nederlandse organisatie voor homo-emancipatie, het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee (NWHK, 1912). Met het NWHK streed Schorer tegen discriminatie van homoseksuelen zoals deze tot uiting kwam in art. 248-bis van het Wetboek van strafrecht. Scorer studeerde bij de seksuoloog Magnus Hirschfeld en werd één van diens medewerkers in het Wissenschaftlich-humanitäre Komitee (WhK), dat in 1897 was opgericht en zich inzette voor gelijke rechten voor homoseksuelen. In een lange vooroorlogse periode effende Schorer met open vizier en zonder pseudoniem de weg waarop in 1946 de Nederlandse homo-emancipatie verder kon gaan. (Wikipedia.org)

Ageeth Scherphuis (1933 – 2012)

In Zaandam geboren werkte ze als beginnend journaliste vanaf 1953 enkele jaren als verslaggeefster bij De Typhoon in haar woonplaats Zaandam. In 1956 begon haar televisiecarrière als omroepster bij de AVRO, werk dat haar echter na enkele jaren geen bevrediging meer bood. Scherphuis raakte meer en meer betrokken bij de feministische zaak. Ze gebruikte haar positie als journalist en televisiemaker om het maatschappelijk debat over kwesties als seksualiteit, abortus en gelijke behandeling en beloning van de werkende vrouw aan te zwengelen. Daarbij was zij haar tijd vooruit. In de jaren ‘70 maakte Scherphuis het linksfeministische blad Serpentine en een serie tv-programma’s onder de titel Ot….en hoe zit het nou met Sien?, waarin ze heikele vrouwenkwesties aansneed. Het programma werd geheel gemaakt door vrouwelijke journalisten en redacteuren.

Daarnaast was ze redacteur van weekblad Vrij Nederland, waar ze bleef werken tot aan haar pensioen. Zij schreef over vrouwenkwesties, zorg en de Duitse Bezetting. Scherphuis ontwikkelde zich tijdens haar lange loopbaan tot een invloedrijke programmamaakster en journaliste en zette zich in die hoedanigheid vooral in voor het verbeteren van de positie van de Nederlandse vrouw. (Wikipedia.org en Resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon)

John Blankenstein (1949 – 2006)

Blankenstein was in de jaren 80 en 90 één van de beste voetbalscheidsrechters op de Nederlandse velden, maar ook activist voor homorechten. De geaardheid van Blankenstein (die er nooit een geheim van maakte homoseksueel te zijn en daarmee voorop liep in de voetbalwereld) leek hem wel eens parten te spelen bij het toekennen van belangrijke internationale wedstrijden. Na de beëindiging van zijn actieve scheidsrechtersloopbaan werd Blankenstein hoofd scheidsrechterszaken betaald voetbal bij de KNVB, waardoor hij nog geregeld in het nieuws kwam.

Als openlijk homoseksuele voetbalscheidsrechter liet Blankenstein ook op het gebied van de emancipatie van homoseksuelen van zich horen, onder meer als medeoprichter en woordvoerder van de Homo LesBische Federatie Nederland. Blankenstein ontving in 2003 de Bob Angelo-penning van COC Nederland. De gemeente Den Haag stelde in 2009 de John Blankensteinprijs in, een jaarlijkse homo-emancipatieprijs. (Wikipedia.org en johnblankensteinfoundation.nl)

Steven Blaupot ten Cate (1807 – 1884)

Blaupot ten Cate ging op jonge leeftijd in Zaandam in de leer bij dominee Wieling. Na studie en werk als predikant in Friesland werd hij in 1939 predikant in Zaandam en na omzwervingen elders in het land werd hij in 1851 lid van de Tweede Kamer. Hij was een gewaardeerd gematigd liberaal lid, met deskundigheid op het gebied van onderwijs en armenzorg. Blaupot ten Cate voerde bij uiteenlopende onderwerpen het woord en pleitte onder meer voor een liberalere koloniale politiek en voor afschaffing van de slavernij. Zo was hij ook lid van de Staatscommissie tot onderzoek van de zaken der Maatschappij van Weldadigheid en gaf hij blijk van zijn grote belangstelling voor het armoedeprobleem in Nederland, door in 1851 mede-initiatiefnemer te zijn bij de oprichting van het Tijdschrift voor het armwezen en daar ook de rol van redacteur op zich te nemen. (Wikipedia.org, Resources.huygens.knaw.nl)

Benno Premsela (1920 – 1997)

Hij was een van de eerste Nederlanders die in het openbaar voor zijn homoseksualiteit uitkwam. Al vanaf 1947 zette hij zich in voor de gelijkberechtiging van homoseksuelen. Hij was betrokken bij de Shakespeare Club, waaruit in 1949 het COC (belangenvereniging voor homoseksuelen) voortkwam. Van 1962 tot 1971 was hij voorzitter van die organisatie. In 1964 begon de vereniging zichtbaarder naar buiten te treden. Premsela had als eerste homoseksueel het lef om in december 1964 op de Nederlandse televisie te verschijnen zonder onherkenbaar te zijn gemaakt.

Met oudjaar werd het Vara-programma Achter het Nieuws daardoor gesprek van de dag. In 1995 ontving hij de Zilveren Anjer van het Prins Bernhard Fonds voor zijn bestuurlijke inzet voor de kunst en de emancipatie van homoseksuelen. Premsela’s vader Bernard begon in 1913 een huisartsenpraktijk in Assendelft, waar ook Benno’s zusje en broer werden geboren. In 1926 verhuisde het gezin (terug) naar Amsterdam. (Wikipedia.org)

Johanna Petronella Odijk-Wouters (1867- 1945)

Zij woonde vanaf eind 19de eeuw een aantal jaren in Zaandam. Was lid van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht (VvV) en als bestuurslid betrokken bij de belangrijke tentoonstelling De Vrouw 1813 – 1913 in Amsterdam (met oinder anderen Rosa Manus). Bij de oprichting van de Vrouwenkiesrechtvereniging afdeling Zaandam in 1909 was Odijk-Wouters direct presidente. Een citaat van de zeer bevlogen spreekster uit 1913: ‘De huidige regering is blind geweest voor de rechten der vrouw, doof voor de kreten van de vrouw, die niet haar rechten als vrouw opeist, maar als mensch’.

In 1919 werd het vrouwenkiesrecht vastgelegd in wetgeving, Odijk-Wouters zorgde daarna voor de financiële middelen om de muziek van een vrouwenkiesrechtlied naar alle ‘orkesten en orkestjes’ van Nederland te sturen, om de nieuwe wet te vieren. Ze wordt ook genoemd als één van de kopstukken van de vrouwenbeweging. Odijk-Wouters heeft verder (bestuurs)functies vervuld bij de Vereeniging Armenzorg Zaandam, de Feministische Partij (in 1919 betrokken bij de oprichting) en de Nederlandse Bond van Belastingbetalers. (geheugenvancentrum.amsterdam en archief.zaanstad.nl Met dank aan en aangedragen en gedocumenteerd door Renate SunLouw, via wethouder Songul Mutluer)

Willy Hofman-Poot (1867 – 1952)

Wilhelmina Anna Hofman-Poot was lid van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht en werd rond 1908 voorzitster van de afdeling Oostzaan. In 1919 werd ze de eerste vrouwelijke wethouder van Oostzaan en samen met Stiena Ruypers-Erens in het Limburgse Valkenburg tevens de eerste Nederlandse vrouwelijke wethouder. Al direct in haar eerste vergadering als raadslid deed ze van zich spreken: ze dankte de Oostzaanse mannen ‘die den moed hadden met den ouden sleur te breken en die zoo verstandig waren (…) nu eens hun keuze op een vrouw te vestigen’.

Ofschoon liberaal in hart en nieren, kreeg Hofman-Poot vanwege haar sociale opstelling in Oostzaan als bijnaam ‘de rooie wethouder’. Als eerste vrouwelijke wethouder speelde ze haar pioniersrol met verve. In een tijd dat de lokale politiek nog vrijwel geheel door mannen werd beheerst, liet zij zien dat vrouwen als bestuurder andere accenten leggen. Haar sociaal beleid maakte haar populair in haar gemeente en het werk gaf haar veel voldoening. (Resources.huygens.knaw.nl, trouw.nl en Zaanwiki.nl)

Bob Angelo (1913 – 1988)

Bob Angelo – een pseudoniem voor Nico (Niek) Engelschman – werkte al op jonge leeftijd mee aan acties en demonstraties tegen jeugdwerkeloosheid en tegen het beleid van de conservatieve regeringen. In 1936 schreef hij het boekje Aanslag op de 160.000, wat sloeg op het aantal jeugdwerkelozen. Ook schreef hij de eenakter Fascistische Terreur over de fascistische regimes en hun wandaden in Europa. Angelo ontdekte na zijn 24ste zijn homoseksualiteit, en begon in 1939 samen met Jaap van Leeuwen en Hann Diekmann het tijdschrift voor homoseksuelen Levensrecht, naar het Zwitserse voorbeeld Menschenrecht. Hij schreef hierin onder het het pseudoniem Bob Angelo om geen maatschappelijke problemen te krijgen.

De Duitse inval in 1940 maakte vooralsnog een einde aan het tijdschrift. Angelo sloot zich aan bij het verzet en maarl niet bij de Kultuurkamer. In het ouderlijk huis werkte hij onder andere mee aan de productie van illegale huis-aan-huisbladen. In zijn eigen huis werd het illegale blad De Vonk gedrukt. Na de oorlog pakte hij de homo-emancipatiestrijd weer op, Levensrecht maakte een herstart en de Shakespeare Club / COC werd opgericht. Engelschman was de eerste voorzitter en negentien jaar lang het gezicht van het COC, onder zijn pseudoniem Bob Angelo. (Wikipedia.org en coc.nl)

Reacties