Vragen over niet-vereffende schuld met betrekking tot joods vastgoed

De voormalige synagoge in Zaandam.
Foto: Google Street View

Is het college bereid om uit te zoeken of er ook hier nog onrecht te herstellen is vanwege onroerend goed dat tijdens de Tweede Wereldoorlog onrechtmatig is verhandeld of geëxploiteerd na de onteigening van joodse burgers? Dat wil D66 weten naar aanleiding van dataonderzoek van het journalistieke platform Pointer van KroNcrv.

In heel Nederland en dus ook hier zijn zogenoemde roofgoederen ‘vaak met medeweten van de gemeente en door tussenkomst en medewerking van het notariaat’ in andere handen overgegaan, schrijft raadslid Jan de Vries in vragen aan het college. ‘Deze zeer dicutabele handelwijze heeft tijdens de oorlog al voor veel verdriet gezorgd en heeft na de beëindiging van de oorlog en bij terugkomst van de voormalige eigenaren die de Holocoust hadden overleefd een sterk gevoel van onrecht teweeggebracht.’ In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam is deze kwestie inmiddels onderzocht op basis van Verkaufsbücher (verkoopboeken) die het Nationaal Archief onlangs heeft gedigitaliseerd.

Digitale kaart

Pointer besteedde er op 22 mei uitgebreid aandacht aan en op een digitale kaart op de website staat een flink aantal panden dat de onderzoeksjournalisten tegenkwamen in de verkoopboeken, waaronder de synagoge op de Gedempte Gracht die op 10 maart 1944 voor 17.000 gulden werd verkocht. Het pand was van de Nederlands-Israëlitische Gemeente. Het voormalige gebedshuis, dat is veranderd in een KPN-winkel is inmiddels eigendom van zakenman Wouter Lofström. Het overige vastgoed op de kaart betreft vooral woonhuizen, van Zaandam tot aan Zaandijk (zie de kaart hieronder).

 

 

De Vries wil nu van het college weten of dat op de hoogte is van dit gegeven en van het bestaan van de verkoopboeken van de bezetter waarin de onwettige transacties zijn vastgelegd. Hij wil ook weten of medewerkers dan wel ambtenaren van de zeven voormalige Zaangemeenten eraan hebben meegewerkt en vraagt om onafhankelijk onderzoek naar de omgang met joods vastgoed in de gemeenten die nu Zaanstad vormen tijdens en na de oorlog. ‘In hoeverre zijn er in de gemeenten die nu Zaanstad vormen gemeentelijke heffingen geweest of rekeningen gepresenteerd die achteraf als onbillijk of onrechtmatig kunnen worden beschouwd’ vraagt hij, en heeft er na 1945 adequaat rechtsherstel plaatsgevonden?

Onderzoek Eindhoven

De gemeente Eindhoven heeft inmiddels laten weten wel zo’n onderzoek in te stellen naar de onteigening en doorverkoop van Joods vastgoed in de Tweede Wereldoorlog. Joden die na de oorlog terugkeerden van hun onderduikadres of de concentratiekampen zagen vaak dat hun woning was doorverkocht. Het college van Eindhoven laat uitzoeken of er onterechte navorderingen op belastingen aan joodse Eindhovenaren zijn opgelegd. Er zijn aanwijzingen dat zij na de oorlog mogelijk zijn belast voor woningen waar ze jaren geen bezit toe hadden. Daarnaast wordt onderzocht of de gemeente tijdens de oorlog joods onroerend heeft aangekocht. Ook in Eindhoven werd het mogelijke onrecht pas opgemerk na de uitzending van Pointer.

 

 

Reacties