De enquête over een nieuwe manier van woonruimteverdeling in de regio onder inwoners van onder meer Zaanstad is door meer dan 24.000 mensen ingevuld. Over de vraag wie voorrang moet krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen zijn de meningen sterk verdeeld. Maar 45 procent van de deelnemers vindt dat meer dan de helft van de beschikbare woningen moet gaan naar mensen die er heel hard eentje nodig hebben.
Een kleine meerderheid van 54 procent ziet niets in een tijdelijke of gedeelde woning voor mensen met een acuut huisvestingsprobleem; 39 procent vindt het redelijk dat in die gevallen niet meteen een vast huurcontract voor een eigen woning wordt afgegeven. De meeste ondervraagden vinden dat gescheiden ouders met kinderen, inwonende gezinnen en thuiswonende jongeren in problematische situaties voorrang mogen krijgen. Voor andere groepen is daar minder draagvlak voor.
Inschrijfduur vindt 37 procent geen eerlijke manier van verdelen, 21 pocent vindt van wel en 39 procent vindt het geen perfect systeem, maar wel duidelijk.
Een derde (33 procent) vindt een puntensysteem de beste manier om de volgorde te bepalen; 29 procent kiest toch voor inschrijfduur. De tijd die iemand al actief zoekt naar een woning moet wat 20 procent van de invullers betreft de doorslag geven en slechts zes procent kiest voor loting.
De uitkomsten van de enquête worden dit voorjaar besproken op een serie bijeenkomsten die de vijftien betrokken gemeenten, waaronder Zaanstad, organiseren. Deze gesprekken zijn bedoeld om woningcorporaties en de gemeentebesturen duidelijk te maken wat er leeft onder de bevolking. Uiteindelijk moet er eind dit jaar een voorstel liggen voor een nieuwe aanpak van de verdeling van sociale huurhuizen.
De gemiddelde inschrijfduur voor een eerste sociale huurwoning is in de regio inmiddels opgelopen tot elf jaar. Nieuwe regels lossen de schaarste niet op, maar moeten ervoor zorgen dat woningzoekenden die woonruimte hard nodig hebben eerder aan de beurt komen en dat de doorstroming op gang komt.
De uitgebreide rapportage vindt u hier . De rapportage is gemaakt door het onderzoeksbureau van de gemeente Amsterdam (OIS), in opdracht van alle gemeenten en woningcorporaties in de betrokken regio's.