‘Mensch durf te leven!’ niet bij drie kanshebbers Stuk van het Jaar 2018

Foto: Pixabay

Het Gemeentearchief Zaanstad heeft met zijn inzending voor Stuk van het Jaar 2018 niet de laatste drie gehaald. Dirk Witte’s Mensch durf te leven! kreeg onvoldoende internetstemmen in het land. Morgenavond maakt Sacha de Boer tijdens de Nacht van de Geschiedenis in het Rijksmuseum het winnende archiefstuk van de jaarlijkse verkiezing bekend.

Dit zijn de drie historische stukken met als thema Opstand die overbleven en die nu om de winst strijden:

Doodskreet van een rebelse freule uit het Gelders Archief

Met de dood in de ogen schrijft freule Judith van Dorth op 21 november 1799 haar trieste afscheidsbrief. Zeven uur later staat deze dwarse en excentrieke edelvrouw voor het vuurpeloton in Winterswijk. ‘Zegt een eeuwig vaarwel aan alle mijn bekenden.’

Haar Oranjegezinde opstandigheid tegen het Bataafse regime wordt haar fataal. Als enige vrouw in de geschiedenis van de Nederlandse Republiek veroordeelt een militaire rechtbank haar om politieke redenen tot de kogel. Volgens de overlevering heeft zij vanuit haar kist haar arm nog opgestoken. Uit protest tegen het haar aangedane onrecht.

Afscheidswoorden van Folkert van Tresoar

Weest sterk. De genade des Heren Jezus Christus en de liefde Gods en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met jullie allen. Jullie moeten maar veel Gezang 17 zingen. Ik zal deze waarheid gauw ondervinden. Dáág, Folkert.’

Dit zijn de laatste woorden van de twintigjarige Folkert Bergsma aan zijn familie, geschreven op 14 februari 1944. Twee dagen later wordt hij gefusilleerd door de Duitse bezetter bij Schiphol, vanwege zijn rol in een verzetsgroep in het Friese dorp Sexbierum.

Na de bevrijding identificeert zijn vader hem aan de hand van stukjes van zijn kleding en een grote haarlok. Een kille herinnering aan een jonge student en verzetsstrijder die het hoogste offer bracht voor waar hij in geloofde.

Kattebelletjes uit de Belgische Opstand van CBG, Centrum voor familiegeschiedenis

Abraham Eijbergen (1785-1845) was ten tijde van de Belgische Opstand in Den Bosch ingekwartierd als musketier. Hier schreef hij korte koeriersberichtjes over de toestand van zijn bataljon. Deze briefjes geven een unieke inkijk in het harde dagelijkse leven van een dienstplichtig militair ten tijde van de Belgische Opstand. Daarbij is het uniek dat deze kattebelletjes bewaard zijn gebleven.

De berichtjes waren kort maar krachtig – een soort tweets avant la lettre. Desalniettemin gaven ze voldoende informatie aan de geadresseerde over de toestand van zijn medestrijders met berichten als ‘komplementen en dat hij nog leeft’, ‘de kapt. Bergem, arts, keerde geblesseerd’ en ‘Luitenant Jacobs gekwetst’.

 

Reacties