
Zaanstad zit landelijk in de hoogste regionen waar het gaat om het aantal inwoners dat jeugdzorg krijgt. In totaal kreeg 8,8 procent van alle jongeren tot 23 jaar in Nederland een of meerdere vormen van jeugdzorg, maar hier is dat 11,4 procent .
In de eerste zes maanden van 2023 kregen 394.000 jongeren jeugdzorg. Dat zijn er 2000 meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Niet eerder telde Nederland zoveel jongeren met jeugdzorg. Het aantal jongeren dat jeugdbescherming krijgt, neemt echter verder af. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van het CBS.
De verschillen tussen gemeenten kunnen meerdere oorzaken hebben. Zij kunnen eigen keuzes maken in de manier waarop ze jeugdzorg organiseren en dat kan leiden tot variaties in de hoeveelheid en het soort jeugdzorg dat beschikbaar is. Daarnaast kunnen ook sociaaleconomische verschillen tussen regio’s een rol spelen, zoals de hoogte van het inkomen, het aantal eenoudergezinnen en hoeveel zorg er wordt gebruikt.
Jongeren met jeugdzorg hebben vaker ook te maken met problemen op andere gebieden in het gezin, blijkt uit nieuw onderzoek van het CBS . Daarin is gekeken welke achtergrondkenmerken van jongeren en hun ouders het sterkst samenhangen met de inzet van jeugdzorg. Uit het onderzoek blijkt dat het bij jeugdhulp zonder verblijf, met verblijf en jeugdbescherming grotendeels dezelfde kenmerken zijn die de meeste samenhang vertonen met de inzet van de desbetreffende vorm van jeugdzorg. Zo zitten de jongeren vaker op het speciaal (basis)onderwijs, wonen ouders vaker niet meer bij elkaar en maken huishoudens vaker gebruik van andere vormen van zorg, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning en/of Wet langdurige zorg en ook GGZ-zorg en/of -medicatie.
Voor jongeren met jeugdreclassering is de samenhang het sterkst met de aanwezigheid van verdachten van een misdrijf in het huishouden - waaronder de jongere zelf - en of de jongere in aanraking is geweest met Halt. Daarnaast zijn het vaker jongens dan meisjes, volgen deze jongeren vaker speciaal (basis)onderwijs en hebben ze vaker een onderwijsniveau op hoogstens VMBO / MBO1-niveau.