Van wildplassen naar de cel. Het overkwam gisterochtend vroeg een 29-jarige Zaandammer.
De man werd rond kwart over vijf betrapt bij 'het doen van zijn natuurlijke behoefte buiten een daarvoor bestemde plaats' en dat betekent dat de politie een identiteitsbewijs wil zien. De plasser weigerde dat echter tot twee keer toe, waarna hij werd aangehouden. Dat zinde hem allerminst: hij verzette zich tegen de agenten en liet dat verbaal vergezeld gaan van beledigingen en scheldpartijen.
Daar mocht hij niet veel later op het politiebureau in Zaandijk nog eens goed over nadenken.
Wildplassen wordt niet gedoogd omdat het met name binnen de bebouwde kom overlast geeft: stank in portieken bijvoorbeeld. De regels per gemeente staan in de Algemene Plaatselijke Verordening: in Zaanstad in afdeling 2 onder het kopje Bodem-, weg- en milieuverontreiniging in artikel 4:8: 'Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.'
Buiten de bebouwde kom is wildplassen vaak niet strafbaar, maar dat is afhankelijk van de plaatselijke verordeningen die zich vaak alleen tot de bebouwde kom beperken. Betrapt worden levert een bekeuring van 140 euro op (exclusief negen euro administratiekosten).
Op de weigering een identificatiebewijs te tonen staat een boete van 95 euro (de helft voor veertien- en vijftienjarigen, en ook daar komen de administratiekosten altijd nog overheen).
Verzet tegen een aanhouding levert het jurische feit wederspannigheid op;
in artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht omschreven als
Hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, of tegen personen die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verlenen, wordt als schuldig aan wederspannigheid gestraft.
Het Openbaar Ministerie heeft richtlijnen opgesteld waarin de strafmaat voor een strafbaar feit is vastgelegd. Voor wederspannigheid ziet die er als volgt uit:
Het beledigen van een ambtenaar in functie ( artikel 267 sub 2 van het Wetboek van S trafrecht ) kent g een eenduidig e sanctie, omdat de variaties uiteraard vrijwel onuitputtelijk zijn . Ook het tonen van blote billen valt er onder. De hoogte van de boete varieert en wordt door een rechter bepaald . Soms is on duidelijk of het wel een belediging betrof en dan moet onderzoek uitwijzen of er terecht een proces - verbaal gemaakt mocht worden in de betreffende situatie.
[embed][/embed]
De praktijk van de afgelopen jaren laat zien dat de tolerantiedrempel lager wordt: agenten en andere gezagsdragers doen eerder aangifte en de rechter legt bij een bewezenverklaring hogere boetes op.
Meestal
was dat
tussen de
200 en 600 euro
, maar
tegenwoordig
gaat he
t meer in de richting van
500
tot
1000 euro
.
[embed][/embed]