Directeur Annelies Daalder van de Rekenkamer Amsterdam - Zaanstad is bepaald niet te spreken over de bezuinigingen van 150.000 euro die het college die waakhond en de Ombudsman wil opleggen. De Rekenkamer doet onafhankelijk onderzoek naar het beleid en de besteding van het geld van Zaanstad. De gemeentelijke Ombudsman is een onpartijdig klachtenloket dat burgers helpt als zij een probleem of conflict hebben met de gemeente en er samen niet uitkomen.
Het college gaf in de begroting die nu op tafel bij de raad ligt aan meer 'eigen regie' te willen houden over evaluaties van haar beleid en functioneren. Vanaf 2030 worden de budgetten van 242.000 euro voor de Rekenkamer en 57.000 voor de Ombudsman jaarlijks met 150.000 euro teruggeschroefd. Dat dit is gebeurd zonder enig overleg vooraf is bij Daalder slecht gevallen - en wellicht een voorbode van de toekomstige opstelling van het dagelijks bestuur. Meer zelf doen; minder kritische blikken van buitenaf.
Door de ondergrens
Daalder wijst er in een schriftelijke reactie op dat met het toekomstige bedrag het budget van de Rekenkamer praktisch halveert, waardoor Zaanstad ook ver onder de bedragen per inwoner zakt die als ondergrens zijn genoemd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Vereniging van Rekenkamers. 'Daarnaast is dit een bezuiniging zonder enig plan, onderbouwing of overleg die direct de controlerende taak van de gemeenteraad raakt. Deze voorgestelde bezuiniging is naar mijn mening onverstandig en onzorgvuldig.' schrijft Daalder. En bovendien in strijd met de procedures voor de bekostiging van haar organisatie.
Controlerende taak
Een Rekenkamer voorziet raadsleden van informatie waarmee zij haar controlerende taak beter kan uitvoerenen is daarmee een belangrijk instrument in het democratisch proces. Nu dreigt de Rekenkamer echter 'een politieke speelbal te worden,' voorziet Daalder. Dan gaan de machtsverhoudingen op een bepaald moment bepalen welke ruimte de Rekenkamer krijgt om haar taken uit te voeren. 'Een onafhankelijke Rekenkamer is in het belang van elk raadslid om zijn of haar controlerende taak uit te kunnen voeren. Niet alleen in deze raadsperiode, maar ook de daarop volgende.'