Historicus Arjen van Ginkel noemt het voornemen om
een plaquette in de raadzaal te plaatsen met daarop de namen van weggezuiverde communistische en joodse raadsleden 'ondoordacht'. De namen van de CPN'ers moeten herinneren aan het belang en de kwetsbarheid van de rechtsstaat, maar volgens Van Ginkel hadden de volgelingen van Jozef Stalin daar zelf geen boodschap aan.
De communistische volksvertegenwoordigers werden halverwege 1940 door de nazi’s uit hun ambt gezet. Maar niet het Derde Rijk maar de Sovjet-Unie was 'met afstand koploper in het uitvoeren van zuiveringen,' schrijft Van Ginkel aan het gemeentbestuur. Stalin, de opvolger van Vladimir Lenin, had wat dat betreft een zeer kwalijke reputatie. 'Communisten van het eerste uur werden vermoord en elke vermeende tegenstand wreed onderdrukt. Zo werd de bevolking van Oekraïne tijdens de
Holodomor in 1932 - 1933 uitgehongerd, waarbij miljoenen mensen stierven.'
Dictaten uit Moskou
'De leden van de communistische partijen in andere landen dienden te luisteren naar wat Moskou dicteerde. De Komintern, de lange arm van Stalin, was in heel West-Europa voelbaar. Ook de Communistische Partij Nederland volgde gehoorzaam de instructies van de man die ‘het stralend licht van het socialisme’ werd genoemd. Wie tegenstribbelde, werd uit de partij gezet.'
Fokke Bosman
Dat overkwam
Fokke Bosman (1893 - 1971), brengt Van Ginkel in herinnering. 'In 1927 kwam deze fabrieksarbeider in de Zaandamse gemeenteraad, hij werd zelfs opgenomen in het partijbestuur van de CPN. Alleen, hij begon te twijfelen aan de onfeilbaarheid van Stalin en de volstrekt onhaalbare politieke koers die Moskou voorschreef. Tijdens een vergadering besloot de afdeling Zaandam uit de partij te stappen.'
Fokke Bosman. Bron: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland
'De landelijke CPN zette alles op alles om de dwalende schapen terug in de kudde te krijgen. Dirk Makkinga, de tweede man binnen de afdeling, blafte en gromde. Bosman omschrijft hem in zijn autobiografie als ‘een grote bek op poten’. Voor een rouwdouwer als Makkinga en zijn kameraden, tijdens het Jordaanoproer in 1934 zou hij drie keer worden gearresteerd, was de gemeenteraad niet meer dan een propagandatribune voor revolutie.'
Paria
Fokke Bosman stapte over naar de
Revolutionair Socialistische Partij (RSP) en later de Leninistische
Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij (RSAP) en zat tot 1940 voor die partij in de gemeenteraad. 'Voor zijn vroegere strijdmakkers was hij een paria, een vijand. Dat gold ook voor de sociaaldemocraten die in alle Zaanse gemeenten ijverden voor concrete verbeteringen voor de gewone man en vrouw. In de jaren dertig werden zij, op aandringen van Moskou ‘sociaal-fascisten’ genoemd. Uiteraard keerden de communisten zich ook tegen de nazi’s en de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), maar ze raakten in verwarring toen Stalin en Adolf Hitler een niet-aanvalsverdrag sloten.'
Dictatuur
Beide leiders besloten bovendien Polen te verdelen. In 1939 werd dat land van twee kanten onder de voet gelopen en
Stalin sloeg direct aan het zuiveren. 'Het sympathieke idee om macht en welvaart eerlijker te verdelen en om op te komen voor de zwakken dreef veel ‘gewone’ communisten. Maar ze droomden niet van democratie en rechtsstaat, maar van de dictatuur van het proletariaat. Overal waar het communisme ooit zegevierde ontstond al snel een totalitaire dictatuur,' aldus Van Ginkel.
In hetzelfde schuitje
'Het klopt dat de nazi’s hun grootste tegenstanders onmiddellijk uit de gemeenteraden van de Zaandorpen gooiden. Alleen: tijdens de bezetting verloren alle bestuursorganen hun democratische status, ook de overige raadsleden zaten er voor spek en bonen bij.' Rosa en de ChristenUnie stelden voor om de zeventien communistische en joodse raadsleden die tijdens de Tweede Wereldoorlog 'pal stonden voor de democratische waarden' te eren, maar dat is volgens Van Ginkel wat de CPN'ers betreft 'vreemd'.
Joodse component
'De communisten gebruikten de democratie in die jaren als opstapje voor hun revolutie.' Maar ook het joodse element noemt hij 'uiterst mager'. 'David Duis (1897 - 1978) was raadslid voor de CPN in Zaandijk. Hij was van huis uit Nederlands Hervormd, maar had drie of vier joodse grootouders. Met het jodendom had hij niet veel, maar daar hield de Duitse administratie geen rekening mee. Geholpen door zijn partijgenoten overleefde hij de oorlog in de onderduik.'
Alternatief
Van Ginkel pleit als alternatief voor de voorgestelde plaquette voor bijvoorbeeld 'een passend citaat of een dichtregel' die zichtbaar is in de raadszaal. 'Een vingerwijzing ter overdenking en als we die niet vinden, dan verzinnen we er één en gaan erover stemmen.'