Zaanstad wil de warmtetransitie van aardgas naar duurzame warmtebronnen fors versnellen, maar de vele onzekerheden die er nog zijn maken dat een uiterst lastige opgave. Denk aan financiering vanuit het Rijk en de congestie op het stroomnet.
Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop bij de keuze tussen warmtenetten en individuele oplossingen, wat weer samenhangt met de beschikbaarheid van alternatieve warmtebronnen. Het Rijk heeft bepaald dat Nederland uiterlijk in 2050 aardgasvrij moet zijn; Zaanstad wil dit mét de participatie van haar inwoners al in 2040 bereiken. Warmtenetten krijgen sowieso een centrale rol, blijkt uit een brief van het college aan de gemeenteraad.
Risico's
De huidige geopolitieke ontwikkelingen en onzekerheden maken nog eens duidelijk hoe belangrijk de vermindering van onze afhankelijkheid van buitenlandse energie is en dat bescherming tegen sterk schommelende energieprijzen voor veel burgers even zwaar of zelfs zwaarder telt dan de vermindering van CO₂-uitstoot, de aanpak van klimaatverandering en verbetering van de luchtkwaliteit en veiligheid in woningen.
Grote uitstoot
Ongeveer een kwart van de CO2-uitstoot in Zaanstad komt momenteel door energiegebruik in woningen. Daarom ligt veel nadruk op verduurzaming van de gebouwde omgeving. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie die waarschijnlijk op 1 juli in werking treedt geeft gemeenten meer bevoegdheden om de overstap uit te voeren.
Warmteprogramma
Zij moeten eerst een warmteprogramma opstellen waarin staat welke buurten wanneer aardgasvrij worden, welke warmteoplossing per gebied het meest geschikt is, hoe inwoners erbij betrokken worden, hoe de betaalbaarheid wordt bewaakt en welke samenwerking nodig is met woningcorporaties en netbeheerders. Als een gebied is aangewezen krijgen de bewoners daarna minimaal acht jaar overgangstijd. Per gebied wordt één warmtebedrijf geselecteerd dat verantwoordelijk wordt voor de productie, het transport en de levering van warmte.
Vrije keuze
Bewoners zijn niet verplicht om mee te gaan met de voorkeur van de gemeente, maar mogen zelf een andere oplossing kiezen - zolang die voldoet aan de duurzaamheidseisen. De Wet collectieve warmte die waarschijnlijk ingaat op 1 januari 2027 regelt dat grotere warmtenetten voor meer dan 50 procent in publieke handen moeten zijn. De overheid wil hiermee meer grip krijgen op betaalbaarheid, betrouwbaarheid en publieke belangen.
Nieuwe tariefstructuur
Warmtetarieven worden niet langer gekoppeld aan gasprijzen, maar gebaseerd op daadwerkelijke kosten van aanleg, onderhoud en beheer. De Autoriteit Consument & Markt controleert deze tarieven. Zaanstad ziet warmtenetten als een belangrijk instrument omdat deze minder druk op het elektriciteitsnet geven, in sommige wijken maatschappelijk goedkoper zijn en geschikt zijn voor collectieve verduurzaming. Tegelijk erkent de gemeente dat warmtenetten niet altijd goedkoper zullen zijn voor individuele bewoners.
Te weinig Rijksgeld
De gemeente vindt dat de landelijke middelen onvoldoende zijn voor de enorme verduurzamingsopgave. Via het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie krijgen gemeenten ondersteuning bij kennisdeling, advies en uitvoering van de warmtetransitie. De provincie onderzoekt deelname aan een publiek warmtebedrijf en een revolverend fonds voor warmteprojecten.