De economie is in het tweede kwartaal van dit jaar in alle provincies gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. Noord-Holland groeide met tien procent het hardst, waarbij vooral Amsterdam en Haarlemmermeer de kar trokken en de Zaanstreek daarbij met zes procent wat achterbleef. In het eerste kwartaal was de groei hier nog
negen procen t.
Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. Vorige week berichtte het statistiekbureau al dat de Nederlandse economie met 5,3 procent was gegroeid vergeleken met een jaar eerder. In het tweede kwartaal van 2021 waren er nog ingrijpende coronamaatregelen van kracht, in tweede kwartaal van 2022 niet meer.
In Zeeland kwam de groei in het tweede kwartaal uit op acht procent, in Noord-Brabant op vijf. De drie noordelijke provincies kenden met drie tot vier procent juist wat minder groei dan de Nederlandse economie als geheel. Door naar kleinere regio’s te kijken worden verschillen in economische groei binnen de provincies zichtbaar. In de meeste regio’s was de groei ongeveer drie tot vijf procent.
Horeca, reizen en industrie
De horeca, de reisbranche en de industrie waren hiervoor de voornaamste aanjagers. De horeca, luchtvaart, het spoorvervoer en reisbemiddeling herstelden van het afschaffen van de maatregelen tegen het coronavirus. De economie van Haarlemmermeer groeide dankzij het toegenomen vliegverkeer op Schiphol het sterkst, met ongeveer 21 procent. Amsterdam was de op één na sterkste groeier, met een toename van tien procent. Dat is voornamelijk te danken aan herstel van de reisbemiddeling en de horeca.