Het voormalige pand van de Wereldwinkel in de Rozenhofpassage in Zaandam is
te huur voor 950 euro per maand (plus BTW). De Wereldwinkel sloot eind vorig jaar na tientallen jaren de deur vanwege de steeds verder dalende omzet, een huurverhoging en corona.
De winkelruimte uit 1988 meet circa 68 vierkante meter en is volgens de advertentie van de makelaar 'centraal in het centrum gelegen en uitstekend bereikbaar', met 'voldoende (betaalde) parkeergelegenheid in de omgeving'. Geïnteresseerden moeten een huurcontract aangaan voor vijf jaar, met een optie voor een even lange verlenging. De vraag is wie dat aandurft in deze zeker ook voor retailers onzekere tijden. Al sinds de uitbraak van de coronacrisis in ons land en de gedwongen sluitingen speelt bij huurders van horecagelegenheden en winkels de vraag of zij desondanks de volledige huur moeten opbrengen.
Geen recht
Huurkortingen, uitstel van betaling of zelfs kwijtschelding van de huur zijn volgens jurist Sergej Schuurman van de Kamer van Koophandel geen af te dwingen recht: 'De basisregel is dat je gebonden bent en blijft aan je contract, maar in deze coronatijd zie je dat rechters ook vaker de belangen van huurders meewegen.' Bij een nieuw contract zou corona of een virusepidemie in het algemeen kunnen worden meegenomen. Voor bestaande contracten geldt dat de rechter kan worden ingeschakeld als een ondernemer de huur vanwege de afwezigheid van klanten niet meer kan opbrengen maar wel wil meewerken aan een oplossing.
Onder normale omstandigheden geldt dat drie maanden of meer huurachterstand een reden kan zijn voor ontbinding van het huurcontract door de kantonrechter. De verhuurder mag dan de betaalde borgsom gebruiken voor de huur en als er sprake is van een
bankgarantie mag de verhuurder dit bedrag opeisen. De verhuurder hoeft niet mee te werken aan afspraken om er samen uit te komen en ook de afspraken in het
Steunakkoord 2.0 voor de retailsector zijn niet bindend. In sommige huurcontracten wordt zelfs expliciet vermeld dat opschorting van de huur verboden is.
Belangenafweging
Hoe een rechter zal oordelen is afhankelijk van alle feiten en omstandigheden: de duur van de coronacrisis, compensatiemaatregelen en de (financiële) positie van de huurder en verhuurder. De rechter weegt de belangen van beide partijen af en kijkt naar redelijkheid en billijkheid. In mei vorig jaar hebben rechters twee uitspraken gedaan over huurprijsvermindering. Ze oordeelden dat de overheidsmaatregelen voor de eerste lockdown, waardoor bijvoorbeeld de horeca dicht moest, in juridische zin 'een gebrek' opleveren. dat volgens de
gebrekenregeling kan leiden tot een aanspraak op een tijdelijke lagere huur. In het ene geval werd de
huurder in zijn gelijk gesteld en in het andere geval de
verhuurder .
Bodemprocedure
Afgelopen oktober meldde de
NOS dat rechters steeds vaker de kant van huurders kiezen nu de coronacrisis aanhoudt. Dat was ook het geval bij de rechtbank van Den Haag, die in de recente eerste uitvoerige uitspraak over huurvermindering bepaalde dat twee Haagse cafébazen
een fikse huurkorting krijgen. De uitslag van deze bodemprocedure kan verstrekkende gevolgen hebben voor uitbaters van cafés, restauranthouders en winkeliers in het hele land.