'Bloemenverkoper Rozengracht sloeg waarschuwingen in de wind'

08 jul 2020, 14:44 Bedrijvigheid
markt89
Pixabay / Iva Balk

Bloemenverkopers Arjan en Miranda Zuurbier hebben volgens het college de waarschuwingen dat ze hun waar niet langer mochten verkopen op de stoep voor het door brand verwoeste restaurant Pancho’s in Zaandam in de wind geslagen en hun bloemen daar toch uitgestald. Het is hun eigen schuld dat de kraam op last van de marktmeester verwijderd werd.

Dat schrijft het college op vragen van Democratisch Zaanstad . Volgens de Zuurbiers werden zij op 30 mei door het verbod overvallen, maar volgens de gemeente waren ze er al twee dagen eerder telefonisch van op de hoogte gebracht. De standplaatshouders verkochten de bloemen in eerste instantie vanuit de wegens corona gesloten kapsalon van Paula Sweers op de Rozengracht en nadat die de deuren weer opende op 6 mei weken ze uit naar de openbare weg. Dat is niet toegestaan, maar werd door de vervangend marktmeester de eerste twee weken ten onrechte gedoogd. De vaste marktmeester gaf daarop op 28 mei te kennen dat die situatie voorbij was. Toen op de zaterdag daarna de bloemenverkoop gewoon werd voortgezet en de ondernemers weigerden te vertrekken, is de wegsleepdienst gebeld.

Alleen voeding

In de perode dat op de matkt in Zaandam alleen voedingsmiddelen mochten worden verkocht betrof dat vis, groente en fruit, olijven, kaas, vlees(waren), noten, aardappelen, poelierswaren, brood en banket, diervoeding, snoepwaren en stroopwafels. Ook de drogisterijkraam hoode daar niet bij en werd ten onrechte enige tijd gedoogd. Toen ook die ondernemer daarvoor gewaarschuwd werd, besloot deze om niet terug te keren tot ook non-food weer welkom zou zijn.

Mondkapjesventer

De 'venter' met mondkapjes die een boete kreeg op het Stadhuisplein bleek geen echte venter te zijn omdat hij niet bewoog, stelt het college ook. Wie langer dan tien minuten op één plek op klanten staat de wachten is geen venter maar neemt een standplaats in - en voor dat laatste is een vergunning vereist. Een ventvergunning kent Zaanstad niet meer. Buitengewone opsporingsambtenaren van de gemeente zagen de verkoopkar met kapjes omstreeks 07:30 op het Stadhuisplein staan en om 08:30 uur bij hun terugkeer naar het stadhuis wederom, op exact dezelfde plaats. Omdat de verkoper zich in de tussentijd wel verplaatst kon hebben, hebben de BOA’s de situatie daarom voor tien minuten aangezien en geen beweging waargenomen. Daarop werd de verkoper verzocht om zijn vergunning te tonen.

Goed op de hoogte

Die had de man niet, maar zei die ook niet nodig te hebben omdat hij aan het venten was. 'Betrokkene toonde informatie over venten aan de BOAʼs, waaronder het betreffende artikel uit de Algemene Plaatselijke Verordening. Aangezien betrokkene geen standplaatsvergunning had, die in dit geval wel vereist was, hebben de BOAʼs gebruikgemaakt van hun discretionaire bevoegdheid en besloten een proces-verbaal uit te schrijven. Betrokkene was immers op de hoogte van de voor hem geldende regelgeving,' zo staat in de antwoorden van het college op de vragen van DZ.