Geen permanente plek voor viskar in Saendelft

Foto: Flickr / Gwendolen

Het college geeft geen medewerking aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een permanent verkooppunt voor vis aan de Gele Ring tegenover huisnummer 219 in Assendelft. Ook al vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het niet wenselijk om permanente standplaatsen te vergunnen, aldus het dagelijks bestuur.

In Saendelft past een verkooppunt voor vis niet in het bestemmingsplan. Om daarvan af te wijken moeten alle relevante belangen tegen elkaar worden afgewogen. In dit geval gaat het onder andere om het belang dat de aanvrager heeft bij een permanente exploitatie, het algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening en het belang van potentiële andere aanvragers bij het krijgen van een vergunning voor een tijdelijk verkooppunt op deze plek.

Geen beleid

In dit geval weegt het belang van een goede ruimtelijke ordening en het belang van andere potentiële aanvragers het zwaarst: het college wil de vrijheid houden om de plek uit te geven als tijdelijke standplaats. Het feit dat Zaanstad geen beleid heeft voor standplaatsen maakt besluitvorming lastig, zo wordt toegegeven in een brief aan de raad. Er geldt alleen vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening een vergunningplicht voor het innemen van een standplaats, zowel voor korte als voor langere tijd.

Maatwerk

Er is niet bepaald waar wel en waar geen ruimte is voor standplaatsen en voor hoeveel standplaatsen er dan ruimte is. Ook is nergens geregeld voor hoelang een standplaats maximaal ingenomen mag worden of voor hoeveel dagen per week. Dat maakt dat er bij elke vergunningaanvraag maatwerk moet worden toegepast en er daardoor kans is op willekeur in de besluitvorming.

Verrommeling

Bij een permanente standplaats is de ruimtelijke kwaliteit niet gewaarborgd, aldus d uitleg. ‘Een aanvraag voor een permanente standplaats schuurt wat ruimtelijke impact betreft heel erg aan tegen een regulier bouwwerk dat voor onbepaalde tijd ergens wordt gebouwd. Waar zo’n regulier bouwwerk qua ruimtelijke kwaliteit dan helemaal stedenbouwkundig in de omgeving wordt ingepast, is dat bij een standplaats niet het geval. Dit terwijl een dergelijk verkooppunt er dagelijks staat en dus ook dagelijks ruimtelijke impact heeft, bijvoorbeeld in de vorm van verrommeling van het straatbeeld.’

Schaarse ruimte

Daarnaast wordt de ruimte door de groei van de stad steeds schaarser. En een permanente standplaats is permanent: daar zit de gemeente aan vast. Standplaatsen worden beschouwd als een (ambulante) aanvulling op het winkel- en marktaanbod en zijn gewenst als ze met het oog op het voorkomen van structurele winkelleegstand, een toegevoegde waarde hebben voor de consument. Bij overlap van aanbod met een in hetzelfde centrum- of winkelgebied gevestigde zaak is de toegevoegde waarde gering.

Viswinkel

In dit geval heeft er tot voor kort een viswinkel in het winkelcentrum gezeten. Die zou in principe weer gevuld kunnen worden, maar zou onaantrekkelijk worden door een permanente vergunning voor de standplaats. Ook andere ambulante ondernemers die op die plek hun al dan niet seizoengebonden waren aan de man zouden willen brengen zouden er echter door op achterstand gezet worden. ‘Als iedereen straks een permante vergunning kan aanvragen zijn de meest gewilde plekken in de openbare ruimte snel vergeven en is het standplaatsenaanbod verzadigd en zit het aanbod structureel vast,’ schrijft het college.

 

Reacties