De politie registreerde in 2025 bijna 16.000 minderjarige verdachten van een misdrijf. Dat aantal neemt sinds 2022 af. Elf procent van alle verdachten is minderjarig, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de
Landelijke Jeugdmonitor. Zaanstad zit boven het landelijk gemiddelde, met 190 jonge verdachten per 10.000 inwoners. Over het hele land genomen is dat cijfer 130.
Jongvolwassenen van achttien tot 23 jaar vormen landelijk de grootste groep, met 168 verdachten per 10.000 inwoners in hun leeftijdsgroep. Het aantal minderjarige verdachten is sinds 2022 met twaalf procent afgenomen, van bijna 18.000 naar bijna 16.000 vorig jaar. De daling onder minderjarigen is groter dan bij het totaal aantal verdachten: dat nam met tien procent af tot 140.000. Vorig jaar werd 60 procent van de minderjarige verdachten voor het eerst in hun leven door de politie geregistreerd als verdachte. In 2022 was dit nog 65 procent. Van het totaal aantal verdachten is 34 procent first offender. Ook dit aandeel daalt de laatste jaren.
Vaker jongens
Minderjarige jongens worden bijna vier keer vaker verdacht van een misdrijf dan minderjarige meiden. Wel worden meisjes met vijftien jaar gemiddeld op jongere leeftijd verdacht. Bij jongens is de piekleeftijd achttien jaar. Winkeldiefstal is het vaakst genoteerde misdrijf, met 3800 verdachten). Dat is 37 procent minder dan in 2022. Sinds 2010 is het aantal minderjarigen dat wordt verdacht van vernielingen, geweld of vermogensdelicten (waaronder winkeldiefstal) elk met ongeveer 60 procent gedaald. In 2025 registreerde de politie 630 minderjarige drugsverdachten, een derde minder dan in 2010.
Arme gezinnen
Minderjarigen die in een huishouden onder de lage inkomensgrens - in 2025 op ongeveer 1627 euro netto per maand - wonen, worden twee keer zo vaak verdacht van misdrijven als minderjarigen uit huishoudens met meer financiële ruimte. Dit geldt voor vermogensmisdrijven, vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde, maar ook voor geweldsmisdrijven. Bij verdachten van drugs- en (vuur)wapenmisdrijven is het verschil zelfs 2,5 keer zo groot.