Een woningeigenaar in Wormerveer heeft voor de tweede keer bij de Raad van State
met succes hetzelfde onderdeel van een bestemmingsplan aangevochten. Zijn 'bedrijfswoning' moet toch de bestemming wonen krijgen. De gemeenteraad heeft op de zitting toegezegd om binnen 26 weken een nieuw plan vast te stellen voor het perceel waarop de woning staat.
Volgens de Wormerveerder is zijn woning op bedrijventerrein Molletjesveer ten onrechte in de boeken opgenomen als een bedrijfswoning, omdat er nooit sprake is geweest van een bedrijf: het huis is sinds 1966 onafgebroken door verschillende eigenaren gebruikt als burgerwoning en kan ook nooit als bedrijfswoning zijn gebruikt, omdat het geen binding heeft gehad met een in de directe nabijheid gelegen bedrijf. Op Molletjesveer zijn verschillende woningen bestemd voor wonen, zodat de raad heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, betoogde hij ook.
Eerste zaak
De hoogste bestuursrechter van ons land gaat daarin mee. Hij las in de stukken dat het pand sinds jaar en dag in gebruik is als burgerwoning. In het in 2007 door de raad vastgestelde bestemmingsplan Bedrijventerrein Molletjesveer kreeg de woning gezien de ligging op een bedrijventerrein de aanduiding 'bedrijfswoningen bestaand', waar de eigenaar beroep tegen aantekende. De Raad van State
vernietigde toen dat onderdeel van het bestreden besluit, maar de 'bedrijfswoning' dook vorig jaar toch weer op in het Reparatieplan 2021 waarmee de raad in november dertien ommissies in bestemmingsplannen en beheersverordeningen wilde herstellen.
Geen transformatie
Zaanstad liet de bestemming intact omdat de transformatie van het bedrijventerrein naar een woongebied van tafel is. In 1971 is bepaald dat elk bedrijf op Molletjesveer één dienstwoning mag hebben, die aan de wegzijde moet liggen. Bestaande woningen die niet aan de nieuwe regels voldeden mochten blijven, maar niet worden vergroot. Dwas het geval bij de inmiddels in Den Haag welbekende woning.
'Het opnieuw onder het overgangsrecht brengen van bestaand legaal gebruik kan alleen onder bijzondere omstandigheden aanvaardbaar zijn. De raad moet dan aannemelijk maken dat het legale gebruik op termijn zal worden beëindigd,' aldus de recentste uitspraak. Daarvan is in dit geval geen sprake. Wat de gemeenteraad had kunnen doen was een uitsterfregeling in het bestemmingsplan opnemen, om de woning op termijn wel een 'echte' bedrijfswoning te maken.