
De VVD maakt zich er zorgen over dat passages in het Zaans Mobiliteitsplan lijken te impliceren dat het uitgangspunt voor de toekomst is dat heel Zaanstad een hoogstedelijk gebied is en niet alleen vergeleken kán maar ook móet worden met buurgemeente Amsterdam en dat keuzes daarom gezamenlijk gemaakt moeten worden. In die visie is er een voorzienbaar slachtoffer, gezien alle ruimtelijke ontwikkelingen: de automobilist.
De VVD vindt dat hoogstens Zaandam Centrum als hoogstedelijk gebied aan te merken is en ziet met afgrijzen dat 'de strategie van het college van Amsterdam op dit moment absoluut niet is gericht op keuzevrijheid van de inwoners' wat betreft verkeer en vervoer. 'Juist het karakter van Zaanstad met een stad én dorpskernen maakt de Zaanse uitdaging uniek,' schrijft raadslid Tjeerd Rienstra in schriftelijke vragen aan het college. De VVD vindt gedeelten in het mobiliteitsplan ook op gespannen voet staan met de intenties die het college heeft neergelegd in het coalitieakkoord. Daarin staat dat fietsen en het OV gestimuleerd en gefaciliteerd moeten worden, maar inwoners niet moeten worden gedwongen om daarop over te stappen.
'Bereikbaarheid is één van de kerntaken van de gemeente. Een goede infrastructuur is van groot belang, zowel voor de inwoners als voor de economie. Wij vinden het ook belangrijk dat iedere inwoner vrij is in de keuze van het soort vervoer: auto, fiets, bus, trein, boot. Er moet daarom de komende jaren ingezet worden op investeringen in verbeteringen van de bereikbaarheid van Zaanstad, betere verbindingen tussen Zaanstad en de regio, oplossen van verkeersknelpunten in de gemeente, voldoende parkeerplaatsen (zowel voor de auto als voor de fiets), goede en veilige fietsroutes en aantrekkelijk openbaar vervoer dat goed werkt in de gehele metropool,' schrijft Rienstra. Met de beoogde bouw van 15.000 tot 20.000 extra woningen in Zaanstad wordt dit de komende jaren een nog grotere uitdaging. 'Dit kan alleen als de wegen, de parkeermogelijkheden en het openbaar vervoer als eerste worden aangepast.'
Hij pleit voor een duidelijk, allesomvattend plan waarbij wegen, fietspaden, het spoor, bruggen en waterverbindingen op elkaar worden afgestemd. Maar voorop moet staan dat inwoners van Zaanstad vrij zijn in hun keuze voor het soort vervoer. Die vrijheid ziet Rienstra in het geding komen door zinnen als 'Bij de beoogde hoofdstructuur is de keuze gemaakt niet te faciliteren, maar juist te sturen om de gewenste structuur te krijgen' en 'Bij een hoogstedelijke gemeente als Zaanstad, tegen Amsterdam aan, zou je verwachten dat het autoaandeel meer tussen dit gemiddelde en dat van Amsterdam in zou liggen.'
Samenwerking met andere partijen vindt ook de VVD een goed idee op het gebied van mobiliteit, dan wel met de juiste uitgangspunten. Zoals keuzevrijheid voor de inwoners voorop, niet verder tornen aan parkeernormen en te voorziene knelpunten door toenemend autogebruik oplossen in plaats van autogebruik steeds onaantrekkelijker maken. De VVD vindt dat mobiliteit en parkeergelegenheid voor mobiele senioren en mindervaliden - juist ook in de dorpen - door de gemeente gefaciliteerd dient te worden en wil dat draagvlakonderzoeken aantonen hoe de inwoners daar tegenover staan. Ook in Zaandam overigens, waar sprake is van een uitbreiding van het autoluwe centrum.
De VVD is daarnaast kritisch over de geringe aandacht voor elektrisch vervoer in het mobiliteitsplan, dat leidend wordt voor de denkrichting over hoe we ons in de toekomst zullen verplaatsen. De VVD vindt dit geen detail dat later nog wel kan worden uitgewerkt, maar een onderwerp dat een must
is in het plan. De fractie heeft daarom ook een agenda-initiatief voor een deltaplan elektrisch vervoer opgesteld. En dan is er nog de kwestie van een metroverbinding tussen Zaanstad en Amsterdam. Daarover wordt al vele jaren gesproken, maar zo'n lijn komt niet expliciet terug in het beleidsdocument. Is een dergelijke verbinding niet langer een prioriteit?
De schriftelijke vragen hebben inmiddels tot verbazing geleid bij Liberaal Zaanstad, de afsplitsing van de lokale VVD. Niet alleen staat het Zaans Mobiliteitsplan in juni nog op de raadsagenda voor een bespreking, de vragen zijn kennelijk ook deels letterlijk een kopie van . De fractievoorzitters hebben bovendien afgesproken om tijdens de coronacrisis geen schrifelijke vragen meer te stellen die geen spoed hebben, om het ambtelijk apparaat dat de beantwooding moet voorbereiden niet te veel te belasten nu daar ook gaten vallen wegens ziekte en preventief thuisblijven en -werken. Fractievoorzitter Marianne de Boer vraagt zich af of die afspraak inmiddels achterhaald is.






