
De Partij voor de Dieren vindt dat in Zaanstad meer ruimte kan bieden aan de fauna in in de openbare ruimte. Daarbij wordt gedacht aan onder meer een exclusief gebruik van biologische bloembollen en de installatie van ' kikkertrappetjes ' in putten, zodat kikkers en padden zichzelf uit het riool kunnen bevrijden.
De vraag om alleen nog biologische bollen te planten komt voort uit het gegeven dat niet-biologische zaden en bollen van nature gifstoffen aanmaken met als doel niet aangetast te worden door insecten. Doordat (delen van) bloemen daardoor giftig zijn voor onder meer wilde bijen doen zij de biodiversiteit eerder kwaad dan goed. Wat de honingbij betreft ziet de PvdD in een agnda-initiatief ook een negatieve impact op de biodiversiteit.
'Uit onderzoek is namelijk gebleken dat de honingbij – door de grote honger naar nectar – concurreert met wilde insecten en dat de imkerij daardoor een negatief effect heeft op de biodiversiteit. Zaanstad heeft het predicaat bijvriendelijke gemeente gekregen, een predicaat dat gesteund wordt door de imkerij. Immers heeft de honingbij ook baat bij bloemen die de gemeente aanplant.' De partij gaat de collega's daarom vragen of er naast het bloemrijker maken van de gemeente ook meer aandacht moet komen voor de plek van de imkerij in Zaanstad.
[embed][/embed]
Een tweede vraagstuk is het opduiken van egels in bladkorven. Het legen daarvan gebeurt volgens de gemeente de zorgvuldig, maar de PvdD pleit ervoor om de onderkant van de korven van fijnmaziger gaas te maken, zodat ze zich er niet meer in kunnen verschuilen. Bij de isolatie van spouwmuren en daken dreigt gevaar voor vogels of vleermuizen, wanneer ze vast komen te zitten in purschuim. De gemeente zou inwoners en bedrijven daar actief op moeten wijzen.
Amfibieën zoals kikkers en padden die vast komen te zitten in rioolputten is een ander item in het initiatief. Bij overvloedige regen kunnen ze worden meegesleurd en in het riool terechtkomen. In onder andere Den Haag, Gorinchem en Zoetermeer zijn al maatregelen genomen om de diertjes daaruit letterlijk een uitweg te bieden.
Rijkswaterstaat begon in 2011 met vleermuisvriendelijke verlichting - de zogenoemde batlamps - die voor vleermuisogen geen hinder opleveren en waarbij mensen de verkeerssituatie nog goed kunnen overzien. 'Zou Zaanstad dergelijke verlichting niet integraal moeten inzetten op plekken die dichtbij de Natura 2000-gebieden en parken liggen, dan wel langs de bekende vleermuisvliegroutes,' vraagt de PvdD zich af.
Daarnaast moet op oppervlaktewater geloosd rioolwater zoveel mogelijk voorkomen worden. Deze overstorten na hevige regen kosten soms massaal het leven aan vissen en amfibieën. Dergelijke ecologische rampen kunnen voorkomen worden door het strikt gescheiden inzamelen van regen- en afvalwater, weet de PvdD. Bij overmatige regenval kan het schone regenwater dan wel op het oppervlaktewater worden geloosd.
Dit is ook een ambitie in het rioleringsbeleid van Zaanstad, maar 'het uitvoeringsplan is echter nog minder expliciet als het gaat om wanneer en waar er met de ontvlechting van hemelwater en afvalwateropvang gestart gaat worden,' concludeert de partij. Zou de ambitie niet moeten zijn om zo snel mogelijk concrete stappen te zetten op dit gebied?






