Uit de testen met de inzet van een drone bij autopech of een verkeersongeval blijkt dat de robot vaak sneller ter plaatse kan zijn dan een weginspecteur. Door technische uitdagingen met de software is minder met de drone gevlogen dan vooraf ingeschat. Ook is gebleken dat één dag per week vliegen niet voldoende informatie oplevert. Daarom verlengt de provincie de proef bij vliegkamp de Kooy in Den Helder voorlopig.
Wat al wel duidelijk is is dat de drone vanuit de lucht direct een goed beeld van de situatie geeft. Dat helpt om snel de juiste hulp in te schakelen en de weg of vaarroute eerder vrij te maken. De gemiddelde aanrijtijd van een weginspecteur ligt tussen een kwartier en 30 minuten, terwijl de drone al binnen negen tot twaalf minuten beelden beschikbaar heeft. Hierdoor kan de verkeerscentrale sneller inschatten wat er aan de hand is en de juiste hulp inschakelen. Denk aan een wegdekreiniger of een zwaarder bergingsvoertuig. Weginspecteurs blijven nodig en waardevol. Zij bieden hulp op locatie en zorgen voor een veilige situatie.
Echte incidenten
Hoelang de proef in samenwerking met Rijkswaterstaat en het Nationaal Dataportaal wegverkeer.nog duurt is niet duidelijk, maar maximaal tot april 2027. De provincie wil de drone dan inzetten bij echte incidenten en de informatie uit de drone omzetten naar up-to-date verkeersinformatie voor de navigatiesystemen. Daarnaast wordt onderzocht of een drone bruikbaar is voor andere maatschappelijke doeleinden. zoals het beheer van wegen of natuur.
Privacy
Tijdens de proef is gekeken waar een drone het beste ingezet kan worden. Ze zijn vooral nuttig op plekken waar weinig of geen verkeerscamera’s staan en de aanrijtijd van een weginspecteur wat langer is. Daarom gaat de provincie op zoek naar een tweede testlocatie in Noord-Holland. De drone vliegt in Den Helder binnen gecontroleerd luchtruim van defensie. Voor iedere vlucht wordt dan ook toestemming aangevraagd. Daarnaast is de drone herkenbaar door de geel/blauwe strepen van Rijkswaterstaat. Uit overwegingen van pivacy wordt zo min mogelijk over huizen en bedrijven gevlogen. De dronebeelden van de weg of vaarweg worden gebruikt met maar één doel: onderzoeken of er sneller de juiste hulp geboden kan worden bij incidenten en om daarvan te leren.