Populatie nachtvlinders in tien jaar tijd redelijk stabiel gebleven

27 aug , 9:00 Actueel
Screenshot_20250824_112701
Pixnio CC0

De afgelopen tien jaar zijn grotere en zeldzamere soorten nachtvlinders zoals de zoals de huismoeder en de zwarte-c-uil iets afgenomen, terwijl kleinere en veelvoorkomende soorten gemiddeld juist zijn toegenomen. Het totale gewicht van 719 soorten nachtvlinders is in die periode stabiel gebleven, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en De Vlinderstichting.

De gegevens zijn verzameld via het meetnet nachtvlinders, waarin vrijwilligers op bijna 3000 meetpunten verspreid over het land nachtvlinders tellen met behulp van lichtvallen. In Nederland leven ruim 2400 soorten nachtvlinders, die een belangrijke schakel vormen in de natuur. Onder meer als voedsel voor vogels en vleermuizen. Om die reden wordt naast de ontwikkeling van de aantallen (populatiegroottes) ook de ontwikkeling van het totaalgewicht (biomassa) gevolgd.

De nieuwe cijfers gaan alleen over de soorten die vanwege hun formaat goed herkenbaar zijn, de zogeheten macro-nachtvlinders. Daarvan bleef het totale gewicht tussen 2014 en 2024 gelijk, maar het totale aantal nam iets toe. Dit betekent dat er meer kleine (lichtere) soorten nachtvlinders zijn geteld, terwijl de grotere (zwaardere) soorten gemiddeld in aantal afnemen.

Meetpunten

Ook minder voorkomende soorten zoals de perzikkruiduil en de lindepijlstaart lijken wat vaker in aantal te dalen dan meer algemene soorten. Zeldzamere soorten zijn doorgaans gevoeliger voor veranderingen in hun leefomgeving, bijvoorbeeld door intensief landgebruik of klimaatverandering. De meeste meetpunten voor nachtvlinders liggen in stedelijke of agrarische gebieden. Voor de leefgebieden waarvan voldoende gegevens beschikbaar zijn (stedelijk gebied, agrarisch gebied en bos) is de trend berekend op basis van soorten nachtvlinders die daar veel voorkomen.

Kenmerkende soorten van agrarische gebieden (zoals de aardappelstengelboorder en de groente-uil), en van stedelijke gebieden (zoals de taxusspikkelspanner en de hagedoornvlinder) zijn sinds 2014 nagenoeg gelijk gebleven. In bosgebieden op zandgronden dalen de aantallen kenmerkende nachtvlinders (bijvoorbeeld de beukeneenstaart) na 2020. Dat kan te maken hebben met verdroging en verzuring, waardoor er minder voedselplanten voor nachtvlinders zijn.

Wereldwijde afname  

De totale biomassa (het gewicht) van vliegende insecten neemt op meerdere plaatsen op de wereld sinds de jaren negentig sterk af. In Nederland werd deze afname van insecten in 2019 bevestigd voor twee natuurgebieden waar langlopend onderzoek werd uitgevoerd en waar nachtvlinders met vier procent per jaar in aantal bleken af te nemen. In de huidige cijfers, vooral gebaseerd op metingen buiten natuurgebieden en met een kortere tijdreeks, is deze afname niet terug te zien.