
De politie registreerde vorig jaar ongeveer 150.000 verdachten van misdrijven, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek . Dat is iets minder dan in 2022, toen er 156.000 verdachten werden geturfd. Ruim 25 procent van alle verdachten in 2023 was jonger dan 23 jaar. De verdachten waren samen verantwoordelijk voor zeker 800.000 misdrijven in dat jaar. Zaanstad deed een flinke duit in het zakje.
Naar verhouding woonden de meeste verdachten in 2023 in het Limburgse Heerlen, namelijk 149 per 10.000 inwoners waar er landelijk 80 verdachten per 10.000 inwoners geteld werden. In Zaanstad waren dat er 115. Dinkelland in Twente kende met 25 per 10.000 inwoners het laagste aantal. Van de vier grootste gemeenten woonden in Rotterdam de meeste verdachten (143 per 10.000 inwoners).
Overigens is het aantal geregistreerde verdachten van geweldsmisdrijven en van vernieling of misdrijven tegen de openbare orde volgens het CBS sinds 2010 meer dan gehalveerd. Ook het aantal verdachten van verkeersmisdrijven is in die periode flink gedaald, met 21 procent. Twee op de drie verdachten die vorig jaar in beeld kwamen werd al eens eerder genoteerd als verdachte. Met 178 verdachten per 10.000 inwoners van achttien tot 23 jaar worden jongvolwassenen naar verhouding het vaakst verdacht van een misdrijf. Ook minderjarigen worden relatief vaak verdacht, met 139 geregistreerde verdachten per 10.000 minderjarigen.
Behalve leeftijd lijken ook opleiding en inkomen een rol te spelen, meldt het CBS. Zo worden mensen met voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs als hoogst gevolgde opleiding zes à zeven keer vaker verdacht van een misdrijf dan gemiddeld. En personen die behoren tot een huishouden onder de lage inkomensgrens meer dan drie keer zo vaak.