
Zaanstad verhoogt komend jaar de onroerendezaakbelasting met een inflatiecorrectie van 1,4 procent. De waarde van alle woningen en niet-woningen wordt bepaald naar de prijspeildatum 1 januari 2021. Dit proces van herwaardering begon een half jaar geleden al en loopt nog tot januari. De voorlopige consclusie: alle panden werden duurder.
De waardestijging van de woningen bedraagt gemiddeld 12,5 procent. Omdat de OZB-opbrengst alleen wordt verhoogd met de inflatiecorrectie, kan het OZB-tarief omlaag. Bij de bedrijven zijn in de marktsegmenten verschillen zichtbaar, maar gemiddeld is er sprake van een waardestijging van 0,3 procent. De OZB wordt berekend over de WOZ-waarde, en kent drie varianten: een tarief voor het eigendom van een woning, een tarief voor het eigendom van een niet-woning en een tarief voor het gebruik van een niet-woning, zoals een kantoor of fabrieksgebouw.
De WOZ-waarde van alle woningen en overige gebouwen binnen een gemeentege wprden samen ook wel de waarde van de stad genoemd. Het OZB-tarief wordt berekend door de beoogde opbrengst te delen door de waarde van de stad. Als het uitgangspunt een gelijkblijvende opbrengst is, dan geldt de vuistregel dat als de waarde van de stad stijgt, het tarief kan dalen en dat als de waarde van de stad daalt, het tarief zal moeten stijgen. In Zaanstad kan het dus iets naar beneden .