
De gemiddelde huurverhoging bij woningcorporaties mag volgend jaar niet boven de 2,6 procent (waarvan 1,6 procent inflatie) uitkomen. Het optrekken van de huur na een verhuizing, de zogenoemde huurharmonisatie, telt daarin mee. In het gereguleerde segment mogen de huren met maximaal 4,1 procent stijgen; voor scheefwoners is dat 5,6 procent.
Huurverhogingen boven 2,6 procent moeten worden gecompenseerd met lagere of geen verhogingen. P articuliere verhuurders zijn niet aan deze door het Rijk vastgestelde grenzen gebonden . De m aximale huurverhoging per corporatie woning wordt daarmee :
Huishoudens van vier of meer personen en huishoudens waarbij iemand de AOW-leeftijd heeft bereikt, zijn uitgezonderd van de hoogste maximale huurverhoging. Dat geldt ook voor bepaalde groepen chronisch zieken en gehandicapten. Voor al deze categorieën geldt een maximale verhoging van 4,1 procent. Voor kamers, woonwagens en standplaatsen mag de huur vanaf 1 juli 2019 met maximaal 3,1 procent worden verhoogd.






