Maar klein deel corporatiewoningen naar statushouders

15 jan 2024, 10:20 Actueel
screenshot 20240115 101813
Vectorportal.com / CC BY

In de Zaanstreek gingen in 2021 minder corporatiewoningen dan het landelijke gemiddelde naar statushouders, blijkt uit cijfers van het CBS . Over het hele land gezien ging het dat jaar om zes procent van de vrijkomende woningen; in de Zaanstreek was dat 5,5 procent.

screenshot 20240115 100204
Bron: CBS

Deze huishoudens lieten minder vaak een woning achter dan huishoudens zonder statushouders. Van alle huishoudens die verhuisden naar een corporatiewoning en die geen vrije woning achterlieten, was tien procent een huishouden met één of meerdere gezinsleden met een verblijfsstatus.

In 2021 kwamen in totaal 169.000 corporatiewoningen vrij die niet werden gedeeld door meerdere huishoudens. Van deze woningen werd drie procent (bijna 5000 woningen) toegewezen aan statushouders die ofwel in 2021 een verblijfsvergunning kregen, ofwel met een eerder verkregen verblijfsvergunning aan het begin van dat jaar in een opvanglocatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers woonden. In de Zaanstreek was dat 2,2 procent. Daarnaast werd drie procent van de corporatiewoningen toegewezen aan statushouders die al langer dan een jaar een verblijfsvergunning hadden en niet meer in een COA-opvanglocatie woonden.

Kinderen

Bij huishoudens met statushouders ging het vaker om gezinnen met kinderen dan bij overige huishoudens (respectievelijk 32 en zeven procent). Huishoudens zonder statushouder die verhuisden naar een corporatiewoning, waren juist vaker eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen of stellen zonder kinderen. Van de gezinnen met kinderen die naar een corporatiewoning verhuisden, was 21 procent een gezin met een statushouder. Hierbij kwam meer dan twee derde uit een COA-locatie of had minder dan een jaar geleden een verblijfsstatus gekregen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de eerste huisvesting van statushouders.