Ruim 174.000 jongeren tussen de achttien en 30 jaar verlieten in 2024 het ouderlijk huis. Een derde van hen gaat in tien grote gemeenten wonen. Den Haag trekt naar verhouding veel niet-studenten, zo blijkt uit een nieuwe analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zaanstad komt er niet in voor.
Het gaat om jongeren die op 1 januari 2024 als inwonend kind stonden geregistreerd in de Basisregistratie Personen en op 31 december van dat jaar niet meer, en die ook niet in een instelling werden opgenomen. Jongeren die in 2024 vanuit het buitenland naar Nederland verhuisden zijn niet in de analyse opgenomen.
Amsterdam bovenaan
Amsterdam trekt de meeste jongeren die het ouderlijk huis verlaten (12.760). Ook de meeste studenten (5475) vertrekken naar Amsterdam, gevolgd door Utrecht en Groningen. In Nijmegen (53,1 procent), Utrecht (49,5 procent) en Leiden (49,5 procent) is het aandeel studenten het grootst. Den Haag wijkt af met 65,4 procent aan niet-studenten.
Bijna een derde (31,5 procent) van de jongeren die uit huis gingen was student op 31 december 2024. Zij kwamen het vaakst terecht in de private huur (49,9 procent), gevolgd door een corporatiewoning en een koopwoning. Niet-studenten gingen vaker in een koopwoning wonen (42,6 procent), gevolgd door private huur en een corporatiewoning.
Verschillen in opleiding
MBO-studenten gaan naar verhouding vaker in een koopwoning wonen (27,7 procent) dan HBO-studenten (21,1 procent) en WO-studenten (16,3 procent). Dit komt mogelijk doordat dat een deel van de MBO'ers een beroepsbegeleidende leerweg volgt, waarbij ze vier dagen werken en één dag onderwijs volgen. De jongere hoeft overigens niet zelf eigenaar te zijn of een huurcontract te hebben afgesloten. Een deel van deze groep trekt in bij een partner, familielid of iemand anders op wiens naam het huis of het huurcontract staat.
Volwassen MBO-studenten zijn met
gemiddeld 21,4 jaar het jongst als ze het huis verlaten, gevolgd door studenten aan een universiteit. MBO-studenten beginnen vaak wat jonger met hun opleiding. Voor WO-studenten geldt dat zij vaker op grote afstand van hun ouders studeren, omdat er maar elf universiteitssteden zijn, waardoor verhuizen eerder noodzakelijk is. Werkende jongeren die uit huis gaan hebben vaak al een opleiding achter de rug en zijn daarom logischerwijs het oudst: 25,3 jaar.