Huiseigenaresse Czarinastraat moet bloeden voor kamerverhuur

24 dec 2019, 16:55 Actueel
rvs
Flickr

De eigenaresse van een drie-onder-een-kap-woning in de Czarinastraat in Zaandam moet de gemeente een dwangsom van 15.000 euro betalen wegens verboden kamerverhuur. De Raad van State heeft besloten dat de gemeente ook terecht heeft geweigerd haar dat bedrag in termijnen te laten betalen, hoewel de vrouw heeft aangegeven het geld niet te hebben.

Colleges kunnen een last onder dwangsom opleggen om inwoners een extra zetje te geven om een einde te maken aan illegale situaties. Dat gebeurde op 24 oktober 2017 voor de woning in de Russische Buurt, wegens kamerverhuur in strijd met het geldende bestemmingsplan Oude Haven en het niet naleven van voorschriften uit het Bouwbesluit met betrekking tot een lekkend dak en een te hoge stoep bij de voordeur, waardoor de vluchtweg uit de woning gecompromitteerd werd. Op 30 mei 2018 werd besloten tot het invorderen van dwangsommen tot een totaalbedrag van 15.000 euro en op 6 september vorig jaar gaf de voorzieningenrechter bij de rechtbank de gemeente gelijk. De huiseigenaresse stapte daarop naar de Raad van State.

Zes maanden de tijd

Na het opleggen van de last onder dwangsom had zij zes maanden de tijd gehad om de kamerverhuur te beëindigen, de opstap aan te pakken en het dak te repareren. Aan de kamerverhuur was een dwangsom verbonden van 5000 euro per geconstateerde overtreding, met een maximum van 30.000 euro. Het stoepje en het dak waren goed voor 5000 euro ineens. Volgens de rechtbank waren die door de vrouw betwiste bedragen niet onevenredig hoog en de RvS sluit zich daarbij aan: het college heeft op de zitting toegelicht dat in de Russische Buurt op grote schaal kamers verhuurd worden en dat dit grote overlast geeft. De hoogte van de dwangsom is daarop afgestemd en de rechter vindt dat een aannemelijke redenering: ‘Van de dwangsom moet een zodanige prikkel uitgaan dat de opgelegde last wordt uitgevoerd zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.’

Geestelijke gezondheid

Ook andere bezwaren van de eigenaresse veegde de rechter van tafel: dat niet zij maar haar huurders kamers zouden hebben verhuurd zonder dat zij dat wist, dat de twee andere eigenaren in het rijtje niet verplicht hun dak hoefden te repareren en dat de vordering van 15.000 euro vanwege haar post-traumatische stress stoornis een ‘acute, actuele en reële bedreiging van haar geestelijke gezondheid’ vormt. De Raad van State oordeelt dat van een woningverhuurder ‘mag worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het door hem verhuurde pand wordt gemaakt'. Er zijn geen aanwijzingen dat de eigenaresse niet op de hoogte was van de kamerverhuur of daarvan redelijkerwijs niet op de hoogte kón zijn. Wat het dak betreft is er geen sprake van overtreding van het gelijkheidsbeginsel. De door de vrouw overgelegde stukken waaruit blijkt dat zij bij een psychiater onder behandeling is en dat zij een Wajong-uitkering ontvangt zijn volgens de uitspraak ‘onvoldoende voor het oordeel dat invordering van de dwangsom zodanig ernstige gevolgen voor haar gezondheid of haar financiële situatie zal hebben, dat van invordering moet worden afgezien’.

Alles in één keer

Kwijtschelding is zelden aan de orde: schulden moeten in de regel worden betaald en de Zaanse woningeigenaresse heeft niet hard kunnen maken dat voor haar een uitzondering moet worden gemaakt. Dat er evenmin een betalingsregeling komt is omdat de overlegde betalingsspecificaties van de Wajong-uitkering, brieven over toeslagen, belastingaanslagen, overzichten van de betaalrekening, een zorgovereenkomst en een huurovereenkomst het college noch de Raad van State hebben kunnen overtuigen van de noodzaak daarvoor.