De rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland vragen gezamenlijk aan de Hoge Raad om duidelijkheid te verschaffen over de vraag of gokkers bij online aanbieders zonder vergunning hun verlies terug kunnen krijgen. Het antwoord van de Hoge Raad kan een einde maken aan de rechtsongelijkheid die is ontstaan omdat rechtbanken hier verschillend over oordelen.
Onder de Wet op de Kansspelen is een vergunning verplicht. Tot 1 april 2021 was er niets geregeld voor online kansspelen en konden aanbieders geen Nederlandse vergunning krijgen. Nadat op 1 april 2021 de Wet Kansspelen op afstand in werking trad, werd een vergunning vanaf 1 oktober 2021 wel mogelijk. Maar veel Nederlanders gokten ook daarvoor al via websites van online casino’s die in het buitenland gevestigd waren en geen vergunning hadden. In ongeveer 50 rechtszaken procederen zij nu bij verschillende rechtbanken tegen deze casino’s.
Twee opinies
Deze gokkers stellen dat een overeenkomst met die aanbieder in strijd is met het wettelijke verbod en daarom nietig, zodat zij hun verlies terug moeten krijgen. De aanbieders zijn het daar niet mee eens. Volgens hen was het nooit de bedoeling van de wet om overeenkomsten ongeldig te laten zijn. In ieder geval is het online gokken volgens hen een inmiddels geaccepteerd verschijnsel, dat door de overheid vóór 1 oktober 2021 ook werd gedoogd. Daarom zijn de overeenkomsten volgens de aanbieders van de online kansspelen geldig, ook al hadden zij in Nederland geen vergunning.
Golf aan zaken voorkomen
Tot nu toe hebben verschillende rechtbanken hierover tegenstrijdige uitspraken gedaan. Ook bij de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland loopt een aantal zaken van gokkers bij online casino’s zonder vergunning. In hun vonnis is het voorlopige oordeel dat overeenkomsten gesloten met aanbieders zonder vergunning nietig zijn. Maar voordat ze een definitieve uitspraak doen, willen beide rechtbanken om duidelijkheid te krijgen vragen stellen aan de Hoge Raad, zogenoemde prejudiciële vragen. Hiermee willen de rechtbanken voorkomen dat er nog talloze zaken worden gevoerd, mogelijk ook in hoger beroep, waarin precies dezelfde rechtsvraag moet worden beantwoord.