
Nederlandse gemeenten voorzien gezamenlijk een flink begrotingstekort tot en met 2029. Gemeenten verwachten twee miljard euro te kort te komen tussen 2025 en 2029. Dit meldt accountantsbureau BDO in zijn jaarlijkse onderzoek naar de financiële situatie van alle Nederlandse gemeenten. Ruim één op de drie begroot structurele overschotten. Andere kampen per saldo met een tekort van in totaal 3,4 miljard euro. Zaanstad zit in die laatste groep.
Gemeenten boekten in 2024 nog een gezamenlijk overschot van twee miljard euro. Dit komt vooral door incidentele meevallers, late ontvangst van middelen en beperkingen waardoor niet alle plannen zijn uitgevoerd en er geld overblijft. Verder is het gevreesde ravijnjaar 2026 afgewend door onder meer extra geld vanuit het Rijk. De zorgen en financiële kwetsbaarheden blijven volgens het bureau bestaan. Zo zijn de kosten van de jeugdzorg nog altijd problematisch. Het Rijk bezuinigt hierop vanaf 2028, terwijl de kosten voor gemeenten 'moeilijk beheersbaar' blijken te zijn. Ook moeten gemeenten geld steken in klimaatadaptatie en de energietransitie.

Het gemiddelde rapportcijfer loopt dit jaar op tot een 8,4. Dat is een toename van 1,6 punt ten opzichte van vorig jaar. De helft van deze stijging is het gevolg van een verdere verfijning van de rekensystematiek van BDOI,waarin nu het meerjarig saldo wordt gecorrigeerd op de solvabiliteit in plaats van dit als absolute correctie door te voeren. Zo wordt meer rekening gehouden met de geplande inzet van reserves in de begroting. De andere helft komt daadwerkelijk door een verbetering van de financiële positie van gemeenten. Dit is met name het gevolg van het overschot over 2024.
Het aantal gemeenten met een onvoldoende is inmiddels afgenomen tot acht. Maar er zijn ook schaduwkanten. Een overwegend rode kaart (deels afgebeeld met Zaanstad donkerrood ingekleurd) laat dat goed zien. De financiële uitdagingen blijven voor veel gemeenten onverminderd groot. De versterkte financiële buffers nemen het spanningsveld tussen taken en middelen niet weg. De gemeentelijke financiën blijven daarmee kwetsbaar. Voorzitter Marc Steehouwer van de branchegroep Overheid bij BDO wil de begrotingscijfers wel nuanceren. Niet elke gemeente die een overschot voorziet, is volgens hem financieel gezond. De verschillen tussen overschotten en tekorten worden vooral veroorzaakt door keuzes in de begroting en gemeenten hebben daar relatief veel vrijheid in, legt hij uit. 'Ze kiezen bijvoorbeeld om taakstellingen al dan niet op te nemen in de begroting, financiële reserves in te zetten of investeringen door te schuiven. Zo ontstaat geen eenduidig beeld van de daadwerkelijke financiële positie.'
De gemeenteraadsverkiezingen in maart zijn volgens hem een goed moment om begrotingen realistischer te maken. 'We zien dat gemeenten te veel sturen op geld en te weinig redeneren en prioriteren vanuit maatschappelijke doelen. Doordat een deel van de plannen jaar op jaar niet wordt gerealiseerd, blijft er geld over, wat de overschotten die we al enkele jaren zien voor een deel verklaart.' Het is wat hem betreft aan nieuwe colleges om dit te veranderen.





