
De raad heeft met de nodige vertraging een overzicht gekregen van buurten en wijken waar de parkeerproblematiek 'een significante rol' speelt. Dat was al in november 2019 toegezegd en de conclusie is opmerkelijk: de gemeente heeft eigenlijk geen clou wat betreft een probleem dat breed leeft in Zaanstad.
In Zaanstad wordt de parkeersituatie niet structureel gemonitord maar worden wel incidentele parkeertellingen gehouden, meestal naar aanleiding van herinrichtingsprojecten of bouwinitiatieven. 'Hierdoor is in zijn algemeenheid slechts beperkte informatie beschikbaar over de bestaande parkeersituatie per buurt of wijk,' aldus een brief van het college. Op grond van de recentste tellingen is van vier buurten of wijken in Zaanstad bekend dat de bezettingsgraad van parkeerplaatsen op enig moment van de week zeer hoog is, namelijk meer dan 90 procent. Dat zijn:
Naar aanleiding van klachten van bewoners van Willis en de gehouden telling zijn daar 26 extra parkeerplaatsen aangelegd in 2018. In Poelenburg zijn vorig jaar veertien parkeerplaatsen aangelegd op de Oost Dorsch, tussen de rotonde en de ingang van de tuinvereniging.
Onderzoek naar 'restruimte' die relatief eenvoudig benut kan worden om extra parkeerplaatsen aan te leggen heeft uitgewezen dat er verspreid over Poelenburg minimaal 76 extra plekken kunnen komen, verspreid over achttien locaties, om op korte termijn de parkeerdruk te verminderen. Ze worden deze zomermaanden aangelegd. Daarbij komt dat op termijn de openbare parkeerplaatsen van het toekomstige Zaans Natuur- en Milieucentrum in de avonduren (dubbel) gebruikt kunnen worden door bewoners van Poelenburg.
In enkele straten van de Muziekbuurt is in 2020 betaald parkeren ingevoerd, waardoor het wildparkeren daar waarschijnlijk al is afgenomen. Voor de omgeving van de Zaanse Schans wordt een onderzoek voorbereid naar mogelijkheden om bezoekers aan de Schans te verleiden om niet te parkeren in woonbuurten in Oud Zaandijk, Oud Koog en Haaldersbroek. Centraal onderdeel van dit onderzoek is een draakvlakonderzoek onder bewoners naar de wenselijkheid van de invoering van een vorm van parkeerregulering.
Er 'kan op voorhand niet worden uitgesloten dat het aantal wijken met parkeerproblemen fors hoger is dan geconcludeerd kan worden op basis van de beschikbare tellingen,' geeft het college ook aan. 'We weten immers niet wat we niet weten, omdat de bezettingsgraad van straatparkeerplaatsen in de gehele gemeente niet structureel, op het maatgevende moment, op buurtniveau (of lager) gemonitord wordt.'
Ook wordt bij de parkeertellingen geen onderscheid gemaakt tussen personenauto’s en bestelbusjes, terwijl die laatste wel voor overlast kunnen zorgen als ze in woonbuurten worden geparkeerd. De gemeente heeft echter geen zicht op de feitelijke aanwezigheid van bestelbusjes in woonwijken. 'Om de bereikbaarheid en leefbaarheid van woonbuurten op peil te houden, is het wenselijk om de parkeersituatie in de gehele gemeente te inventariseren en daarna minimaal eens per collegeperiode te monitoren,' wordt nu vastgesteld.