Oostzaan was in de Zaanstreek de gemeente met de grootste energiearmoede in 2025, met onder de laagste inkomens een tekort van gemiddeld 839,58 euro op de jaarrekening. Daarna volgden Zaanstad (met 611,79 euro) en Wormerland (523,73).
Vorig jaar hadden naar schatting 503.000 huishoudens te maken met energiearmoede. Nadat de financiële steunmaatregelen in 2024 werden stopgezet, steeg het aandeel huishoudens dat daarmee te kampen had naar zes procent. In 2025 verandert dit niet. Wel werd het tekort lager dan in 2021, het jaar voordat de steunmaatregelen werden ingevoerd als reactie op de prijsstijgingen na de Russische inval in Oekraïne.
Groeiende kloof
Voor het eerst is door het CBS niet alleen gekeken naar hoeveel huishoudens met energiearmoede te maken hebben, maar ook naar de diepte van het probleem. Dit gebeurt met de betaalbaarheidskloof: het bedrag dat een huishouden met energiearmoede jaarlijks tekortkomt om de kosten onder de grens van energiearmoede te brengen. Die kloof is in 2025 verder toegenomen. Huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten komen gemiddeld 624 euro per jaar te kort. In 2024 was dat 577 euro.
Bron: CBS / TNO *Voorlopige cijfers
Om deze energiearme huishoudens in 2025 uit energiearmoede te helpen was circa 256 miljoen euro nodig geweest, zo berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek. Energiearmoede komt relatief vaak voor in grote steden en in Noordoost-Groningen en Zuid-Limburg. De huishoudens met een diepe betaalbaarheidskloof wonen vooral aan de randen van Nederland.