De woningmarkt in de Metropoolregio Amsterdam is volkomen uit balans. De prijzen van woningen zijn niet in verhouding met de inkomens. Zo zijn er meer huishoudens met een laag inkomen dan woningen die voor deze groep betaalbaar zijn. Deze disbalans is de laatste jaren niet groter geworden, maar ook niet kleiner.
Dit blijkt uit de eerste resultaten van het onderzoek
Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2025, dat elke twee jaar wordt uitgevoerd in opdracht van de gemeenten en woningcorporaties. De groei van de particuliere huursector is gestopt en het aandeel koopwoningen is licht gestegen. Voor huurders in de sociale huursector is de betaalbaarheid van hun woonlasten verbeterd. In de midden- en dure huur geven juist meer huurders een relatief groot deel van hun inkomen uit aan wonen.
Nieuwe woningen
In 2024 kwamen er in de hele Metropoolregio Amsterdam ongeveer 14.000 woningen bij. Dat zijn er meer dan in 2023, maar minder dan in 2021 en 2022. Deze lagere bouwproductie gaat gepaard met een afname in de groei van het aantal huishoudens: van 3,7 procent tussen 2021 en 2023 naar ongeveer twee procent tussen 2023 en 2025. Binnen de MRA groeide het aantal woningen en huishoudens de afgelopen jaren naar verhouding het meest in de deelregio Almere - Lelystad.
Bron: Metropoolregio Amsterdam
Bijna de helft van de woningvoorraad in de MRA bestaat uit koopwoningen. Dit aandeel is tussen 2023 en 2025 licht gestegen, van 47 naar 48 procent. In dezelfde periode bleef het aandeel particuliere huurwoningen met 20 procent gelijk. Daarmee is voorlopig een einde gekomen aan de groei van de particuliere huursector die in de voorgaande jaren te zien was. Het percentage middenhuur binnen de totale voorraad is tussen 2023 en 2025 gedaald van zeven naar zes procent, terwijl het aandeel dure huur ongeveer gelijk bleef op tien procent.
Vraag en aanbod
Tussen 2017 en 2023 is de woningvoorraad in de MRA steeds duurder geworden. Daardoor raakten de verdeling van de woningprijzen en de inkomens van huishoudens steeds verder uit balans. Net als in 2023 zijn er in 2025 meer huishoudens met een laag inkomen (44 procent) dan sociale huurwoningen (36 procent. Er zijn ook nog steeds meer huishoudens met een middeninkomen dan woningen die voor deze groep betaalbaar zijn. Het aandeel betaalbare woningen voor middeninkomens steeg van tien naar twaalf procent, maar ook het aandeel huishoudens met een middeninkomen nam toe, van dertien naar vijftien procent.
Inkomens
Lage inkomens zijn eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot 49.669 euro en meerpersoonshuishoudens met een inkomen tot € 54.847 euro. Onder de middeninkomens vallen eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot 67.366 euro en meerpersoonshuishoudens met een inkomen tot 89.821 euro.
Huurders waren in 2025 gemiddeld 27 procent van hun netto-inkomen kwijt aan de huur van hun woning, na aftrek van eventuele huurtoeslag. Dat is ongeveer evenveel als in 2023. Eigenaren van koopwoningen betalen gemiddeld zestien van hun inkomen aan de hypotheek, na verrekening van de belastingaftrek. Huishoudens die in de afgelopen twee jaar een woning hebben gekocht, zijn een veel groter deel van hun inkomen kwijt aan hypotheek: gemiddeld een kwart. De gemiddelde bruto hypotheeklasten van deze huishoudens liggen met 1725 euro ook aanzienlijk hoger dan in 2023.
\