
Asielzoekers die geld hebben gekregen omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst te lang doet over het beslissen over hun asielaanvraag moeten dat boven een bepaalde grens inleveren om mee te betalen aan hun opvang. Dat heeft de Raad van State besloten, in lijn met de werkwijze van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Vier asielzoekers hadden een zaak aangespannen tegen het COA. Dat vraagt hen kostgeld te betalen, omdat ze een vermogen boven het vastgestelde plafond hebben. Dat geld hebben ze verkregen uit dwangsommen die het ministerie moet betalen als niet binnen de wettelijke termijn een uitslag volgt op een asielaanvraag. De asielzoekers vinden dat dit geld niet mag meetellen bij hun vermogen, omdat dit immateriële schadevergoeding is voor het lange wachten.
De RvS ziet dit geld, net als het COA, niet als schadevergoeding maar als 'financiële prikkel voor de minister om sneller op een asielaanvraag te beslissen'. Daarom mag het meegeteld worden in het vermogen van de asielzoeker. Volgens EU-wetgeving mogen landen bij voldoende eigen middelen een bijdrage vragen van asielzoekers, aldus de Raad van State.




