Proefschrift: verbrakking polder Westzaan reduceert uitstoot methaan

Onder andere het harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum) dreigt te verdwijnen.
Foto: Wikimedia

Botsende belangen, vermoede economische schade, angst voor het onbekende. De verbrakking van de polder Westzaan, anderhalve meter onder NAP, is er een schoolvoorbeeld van. En dus komt het project maar niet van de grond – wellicht tot het te laat is.

Al in 2014 had er een sluis tussen de polder en het brakke Noordzeekanaal open moeten gaan, maar de uitvoering wordt steeds weer uitgesteld. De boeren vrezen voor de kwaliteit van hun land. Maar mocht de verbrakking te lang worden uitgesteld dan komt er afstel van: dan hoeft het niet meer omdat alle zilte soorten die nu nog tegen de verdrukking in overleven het loodje zullen hebben gelegd.

Onderzoeker Gijs van Dijk promoveerde afgelopen week aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op de invloed van nitraatvervuiling van grondwater op het functioneren van veengebieden en naar het effect van verbrakking van oppervlaktewater op die gebieden. Hij deed eerder veldonderzoek in het Ilperveld en pakt dat nu nog grootschaliger aan in de polder Westzaan.

In Nederland en de ons omliggende landen overschrijden de concentraties nitraat in grondwater op grote schaal de EU-normen. Gijs van Dijk laat in zijn proefschrift Peatlands affected by biogeochemical stressors zien dat deze nitraatvervuiling verhoogde stikstofconcentraties en meer voedingsstoffen als fosfaat veroorzaakt in door grondwater gevoede venen, die daar van oorsprong zeer arm aan zijn. Fosfaten worden gevreesd omdat ze onder meer sloten laten dichtgroeien en de biodiversiteit aantasten.

Daling van fosfaat

In sloten die ooit al brak waren, wordt door de herintroductie van zouter water volgens zijn onderzoek juist een daling in fosfaat bewerkstelligd. Dat gebeurt door een koppeling met het al aanwezige natrium. Dat maakt dan weer calcium vrij, dat op zijn beurt fosfaat wegvangt.

Verbrakking in zwavelrijke laagvenen leidt onverwacht tot minder voedingsstoffen en ook is gebleken dat zouter oppervlaktewater een ander soort bacteriën met zich meebrengt. Bacteriën die methaan produceren – een veel sterker broeikasgas dan koolstofdioxide – maken plaats voor sulfaatbacteriën. De verlaging van de uitstoot van methaan kan hierdoor oplopen tot 95 procent.

Ook laat het proefschrift zien dat verbrakking van oppervlaktewater in zulke gebieden kan leiden tot een verhoogde waterdoorlatendheid van de bodem van sloten.

Het hoogveen in wat nu de polder Westzaan is was voor het ingrijpen van de mens vijf tot zeven meter hoger dan het maaiveld van nu. Het veen begon in te klinken toen er zo’n 1000 jaar geleden mensen gingen boeren en om het water kwijt te raken sloten groeven en molens bouwden. Het veen verdroogde en viel daardoor ten prooi aan afbraak door bacteriën – een proces dat nog altijd doorgaat. Daarbij komt veel koolstofdioxide en methaan vrij, nu circa vier procent van onze totale uitstoot van broeikasgassen.

Afsluitdijk

Het inklinken van het veen ging eeuwenlang goed, ook toen het boerenland inmiddels zover gezakt was dat de Zuiderzee het regelmatig onder water zette. De boeren pasten zich aan en de koeien lustten de vegetatie wel. Maar de bouw van de Afsluitdijk in 1932 zorgde voor een radicale verandering: Laag-Holland werd weer zoet en daarmee verdween geleidelijk aan ook het brakke laagveenlandschap met zijn planten en dieren. Het is deze teloorgang die wetenschappers als Gijs van Dijk proberen te stuiten voor de trend onomkeerbaar is.

Van Dijk is inmiddels in opdracht van de provincie begonnen met een grootschalig experiment in de polder, waar hij de komende jaren de effecten van verzilting gaat meten.

Reacties