Mobiliteit op weg naar 2040: de uitgangspunten

Foto: Wikimedia / Autodelen.info

Het Zaans Mobiliteitsplan dat in de maak is gaat de grondslag vormen voor alle toekomstige beslissingen die met verkeer en vervoer te maken hebben en schetst de visie op mobiliteit in Zaanstad tot aan 2040. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat er geen uniforme regels gaan gelden voor de hele gemeente: hartje Zaandam is immers geen Westzaan.

 

 

 

Er is daarom een zonering opgesteld op basis van de drukte in een bepaald gebied. Het A-plusgebied in het centrum van Zaandam omvat het kernwinkelgebied. Daaromheen bevinden zich ook een aantal woonbuurten die een centrumkarakter hebben of steeds meer krijgen. Er is gezocht naar natuurlijke grenzen. Aan de noordkant is het gebied begrensd door de Papenpadsloot en aan de zuidkant door Zuiderhout Noord. Aan de oost en westkant zijn die natuurlijke grenzen de Zaan en het spoor.

Daarin is een uitzondering gemaakt voor het gebied rondom de Peperstraat en de Burcht aan de oostkant. Aan de westkant is het stationsgebied ten westen van het spoor tot aan de Houtveldweg ook opgenomen in het A-plusgebied. De overbouwing van het spoor en de herontwikkeling van het gebied zorgen voor de samenhang met het centrum. De begrenzing van de Achtersluispolder als A-plusgebied is uitgebreid tot aan de Thorbeckeweg. Dit acht het college noodzakelijk om de gwenste hoogstedelijke herontwikkeling met een gemiddeld lager autogebruik te kunnen realiseren.

Het A-gebied bestaat uit de (winkel)centra van Assendelft, Krommenie en Wormerveer, de gebieden rondom de Sprinterstations en de Zaanse Schans. Dit zijn gebieden met een sterker dan gemiddelde aanzuigende werking op bezoekers of ze bevatten een belangrijk OV-station.

Minder drukke gebieden

Het B-plusgebied omvat de woongebieden binnen Zaandam en is daarmee begrensd door de grenzen van Zaandam. Uitzonderingen hierop zijn het Noordzeekanaalgebied en Het Kalf, die beide bij het C-gebied zijn ingedeeld en de dus Schans die als A-gebied wordt behandeld.  De B-gebieden bestaan uit Saendelft (inclusief nieuwbouw Kreekrijk), Koog aan de Zaan, Krommenie, Wormerveer (inclusief de nieuwbouwprojecten Meneba en Brokking) en Zaandijk. Uitzondering hierop zijn de centra van Assendelft, Krommenie en Wormerveer en de stationsgebieden, want die behoren tot het A-gebied. Het Noordzeekanaalgebied, Assendelft (met uitzondering van Saendelft), Westzaan en Het Kalf behoren tot de C-gebieden: de linten, kleinen kernen en bedrijventerreinen.

 

 

 

Wat betekent die zonering voor u als bewoner of als ondernemer? Dan gaat het bijvoorbeeld over welke wijze van vervoer de prioriteit zou moeten hebben en welk parkeerbeleid wordt gehanteerd. Voor A-plusgebied en A-gebied komen de voetgangers en fietsers op één te staan. De auto is welkom, maar wordt zo veel mogelijk aan de randen opgevangen en tot staan gebracht. Het gebied is goed bereikbaar met het openbaat vervoer, maar doorgaand OV wordt er omheen geleid. In deze rode en roze zones moet deelmobiliteit de norm worden en op korte afstand beschikbaar zijn. Parkeren kost er geld.

Langere afstanden

In het B-plusgebied en B-gebied zijn de afstanden langer en heeft de fietser een belangrijkere rol dan de voetganger, en ook is de auto belangrijker. Deelmobiliteit moet overal binnen een straal van 300 meter beschikbaar zijn. Parkeren is in het B-plusgebied betaald; in het B-gebied is parkeerregulering mogelijk afhankelijk van de situatie. Voor het C-gebied blijft de auto belangrijk. Deelmobiliteit is mogelijk, maar mag op grotere afstand beschikbaar zijn. Parkeren blijft er gratis. In linten en kleine kernen is het aanbieden van goed OV lastig. Van groot belang zijn fietsverbindingen met de kernen binnen en buiten Zaanstad. Voor de bedrijventerreinen geldt hetzelfde, maar moet minimaal in de spits behoorlijk OV voorhanden zijn.

 

 

 

Er is ook een een belangrijke rol weggelegd voor zogenoemde multimodale knooppunten: plekken waar modaliteiten samenkomen. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in OV-knopen (rondom de trainstations stations of grote bushaltes), bezoekers-knopen (het centrum- of toeristische punten) en water-knopen (rondom de aanlegsteigers). ‘Rondom deze knopen liggen in meer of mindere mate kansen voor woningbouw, voorzieningen en de ontwikkeling van bedrijven/kantoren, waarbij de reizigers veel minder afhankelijk zijn van de auto,’ aldus de visie waar de gemeenteraad zich binnenkort over moet uitspreken.

Hubs

En dan zijn er de hubs – bekend van vliegvelden maar in de toekomst een veelgebruikt woord in het vocabulaire van elke Zaankanter. Zo is er de P+R-hub met een regionale functie die de in- en uitgaande verkeerstromen naar bestemmingen in Zaanstad, maar vooral ook naar Amsterdam en Schiphol faciliteren. In elk geval het station Krommenie – Assendelft moet een P+R-hub worden met een koppeling aan het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) van de toekomst. Buiten Zaanstad heeft de gemeente het oog laten vallen op ‘twee interessante (zoek)locaties voor een grootschaliger P+R-hub’: de Leeghwaterweg langs de A7 en het Melkwegterrein langs de A10.

Centrum, OV-schakels en Zaanse Schans

De centrumhubs moeten een belangrijke schakel gaan vormen naar de centrumgebieden en de toeristische trekpleisters. Die hubs liggen in de nabijheid van de bestemming met een overstap van het openbaar vervoer of de auto naar de fiets of de step of de benenwagen. Aangewezen als centrumhubs zijn station Zaandam Centrum, de HOV-haltes in de Achtersluispolder, het oostelijke einde van de Peperstraat en de stations Kogerveld, Wormerveer en Zaandijk Zaanse Schans. Bij de centrumhubs wordt P+R niet grootschalig gefaciliteerd, maar zijn er idealiter wel parkeerplaatsen beschikbaar met prioriteit voor elektrische (deel)auto’s, bijvoorbeeld door de beste plekken uit te rusten met laadpalen.

Buurthubs komen er in twee verschijningsvormen: een centrale HOV-halte met aanvullende voorzieningen en een last-mile deelsysteem voor de bezoeker van buiten Zaanstad en voor bewoners de ideale plek om een tweede auto te parkeren op afstand of om een elektrische deelauto mee te nemen. Specifieke locaties daarvoor worden pas later besproken, maar het Zaans Medisch Centrum en station Koog aan de Zaan staan alvast genoteerd.

Grotere rol voor het water

De water(buurt)hub maakt gebruik van vervoer over water en bedient de bezoeker aan Zaandam. In plaats van HOV wordt gebruikgemaakt van een pont. Bij de steiger zijn aanvullende voorzieningen en last-mile deelsystemen aanwezig. De water(buurt)hubs komen langs de Zaan en hebben een toeristische functie: het Hembrugterrein (de Pontsteiger en Lab-44), Zaandam Centrum (de Dam en Verkade), de Zaanse Schans en Wormerveer (de Zaanbocht).

Een straathub kan op veel verschillende plekken worden ingericht en bedient de bewoners. De straathub biedt duurzame mobiliteit aan, zoals een bakfiets of een elektrische scooter. Voor het centrum van Zaandam betekent dit alles dat autoverkeer heldere routes krijgt en dat de parkeergarages in twee clusters worden opgedeeld, waarbij het ene cluster alleen vanuit het westen bereikbaar is en het andere vanuit het oosten. De noodzaak van oost-westverkeer door het centrum neemt dan af.

 

 

 

De HOV-bussen met een regionaal karakter gaan op termijn om het centrum heen rijden, met haltes aan de randen van het centrum bij het station of de nieuwe OV-knoop op de Wibautas. In het centrum blijven via de route over de Beatrixbrug wel stadsbussen rijden en stoppen, zodat de winkelstraat, de markt en de Dam bereikbaar blijven voor iedereen die dat wil en in het bijzonder ook voor mensen die van het OV afhankelijk zijn en geen grote afstanden te voet kunnen afleggen. In een groter gebied dan nu komen venstertijden om een rustiger verkeersbeeld creëren. Aan die venstertijden kunnen ontheffingsmogelijkheden worden gekoppeld voor schoon en efficiënt vervoer

Zaanstad Noord

Voor de centra van Krommenie en Wormerveer wordt ook ingezet op ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van het centrum. Daar zijn de centra naast een winkelgebied nu ook een doorgaande route en het verminderen van het doorgaande verkeer staat daar voorop. Bezoekers moeten minder afhankelijkm worden van de auto en kunnen kiezen voor een andere vorm van vervoer. De stations spelen daarin een belangrijke rol, met een ‘groene loper’ richting de centra. De focus ligt daarbij op de voetganger en (deel)fietser.

 

 

In Krommenie wordt daarbij geprofiteerd van de verbindingsweg tussen de A8 en de A9 die de N203 ontlast en in Wormerveer dient de Stationsstraat aantrekkelijker te worden gemaakt voor voetgangers en fietsers. De P&R-terreinen bij de stations kunnen worden vergroot om de parkeerbehoefte van het centrum aan de randen af te vangen. Parkeren in het centrum blijft mogelijk voor bestemmingsverkeer, met de voorwaarde dat het gereguleerd zal zijn.

Om het doorgaande verkeer in beide centra te verminderen moet in het netwerk worden ingegrepen om het autoverkeer zonder bestemming via een andere route te laten rijden. Dit kan worden uitgevoerd met een aantal gerichte verkeercirculatiemaatregelen.

Reacties