Pleidooi bewoner voor Vlietsend als fietsstraat

Foto: Google Street View

Een bewoner van het Vlietsend in Krommenie probeert al jaren aandacht te vragen voor het vele verkeer in de straat en de gevolgen daarvan door de funderingen van oude huizen, maar er komt óf helemaal geen antwoord of dat is, ‘na anderhalf jaar wachten en aandringen’ onbevredigend: er wordt niets veranderd.

‘Een smal oud straatje gemaakt voor paard en wagen, met erg oude huizen die na de werkzaamheden aan de riolering en de tunnel onder de N246 tussen Wormerveer en Krommenie op droge palen staan’ én te hard rijdende auto’s en zwaar vrachtverkeer. Het is een combinatie die op enig moment wel tot grote problemen móet leiden. Niet iedereen heeft echter de mogelijkheid om, zelfs met financiële ondersteuning, de fundering te laten herstellen om van die zorg af te komen.

Auto te gast

De bewoner ziet als oplossing het Vlietsend als fietsstraat waar auto’s te gast zijn en dus stapvoets moeten rijden. De huidige situatie is bovendien eng voor fietsers, aldus de hartenkreet die is verzonden naar de raad en het college. Het gemotoriseerde verkeer dwingt fietsers regelmatig de goot in, waardoor er angst ontstaat om te vallen. Handhaven op snelheid gebeurt niet en dan verwordt een straat met maximaal 30 kilometer per uur al snel tot een racebaan. ‘Pijnlijk vond ik het, dat zelfs nu we al een poosje het verkeer van onder andere de Zonnelaan opvangen en het hier dus erg druk is u wel luistert naar een filmmaatschappij, en ze voor enkele dagen een vergunning geeft om hier te filmen,’ klaagt de bewoner.

Laatste stuk elektrisch

‘Natuurlijk gun ik het die filmmaatschappij, maar het is niet eerlijk dat u luistert naar hen en niet naar een aankloppende burger in een al jarenlang slepende zaak.’ Nog een idee van deze meedenkende inwoner: waarom niet bevrachters met grote voertuigen laten parkeren aan het begin van de straat en ze hun lading verder laten vervoeren op een elektrische kar? Eén bedrijf is daar volgens de briefschrijver al mee begonnen, ‘waarvoor hulde’.

Reacties