Niet aantal bomen maar schaduwwerking wordt leidend

Foto: Flickr / Susana Fernandez

Kroonbedekking wordt het nieuwe uitgangspunt in het bomenbeleid: in de toekomst moet in elke wijk minimaal 20 procent van de openbare ruimte overschaduwd worden door bomen. Nu is dat in sommige buurten nog slechts drie procent en kan na het kappen van een grote boom een heel klein exemplaar worden teruggezet. Dat moet anders. De gemiddelde kroonbedekking in Zaanstad is zestien procent. 

De gemeente stelt nieuw beleid op voor ‘de longen van de stad’ vanwege maatschappelijke ontwikkelingen zoals burgers die zich in toenemende mate verzetten tegen het kappen van bomen, de verdichting van de stad waardoor er minder ruimte komt voor bomen en de noodzaak van klimaatadaptatie. Dat zijn deels tegenstrijdige gegevens waar een evenwicht in gevonden moet worden. Zaanstad telt op dit moment ongeveer 50.000 bomen en is daarmee ‘niet een hele groene gemeente,’ zo geeft ze zelf toe. Maar dan maar links en rechts bomen bijplanten is de oplossing niet: meer kroonbedekking kan Zaanstad een groener aanzien geven terwijl het aantal bomen gelijk blijft of zelfs krimpt.

Betere communicatie

Uit een presentatie in de gemeenteraad bleek vorige week dat in het gemeentehuis wordt gewerkt aan een betere communicatie met de burger over het bomenbeleid. Klachten over de gebrekkige uitleg van de achtergronden van kapvergunningen en het late tijdstip waarop bewoners daarover geïnformeerd worden hebben het stadhuis bereikt: onwonenden zullen in de toekomst eerder en beter op de hoogte worden gesteld van plannen om bomen te ruimen.

Bredere definitie natuurwaarde

Een grote verandering is dat de gemeente nu ook erkent dat bomen belangrijk zijn voor de biodiversiteit omdat ze bijvoorbeeld insecten voeden en huisvesten en dienen als vliegroute voor vleermuizen. Dat is een hele andere invulling van het begrip natuurwaarde dan Zaanstad tot aan de Raad van State toe hanteerde in de juridische strijd met bewoners over de – inmiddels begonnen – bomenkap in Het Kalf. Toen werd slechts gekeken naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten om de waarde van de bomen te bepalen; in de toekomst wordt die definitie veel ruimer.  

 

Biodiversiteit gaat over meer dan verschillende soorten bomen, zei de vertegenwoordigster van de gemeente afgelopen week, maar variatie in soorten is wel belangrijk ter voorkoming van plagen als de eikenprocessierups en de kastanjebloedingsziekte. Beide hebben de gemeente nog niet bereikt, maar inmiddels is wel duidelijk geworden dat een monocultuur plagen in de hand werkt. Het probleem van Zaanstad zit niet zozeer in eentonigheid als wel in leeftijd en kwaliteit: zo’n 30 procent van de bomen heeft – soms jaarlijks – groot onderhoud nodig en dat slurpt een groot deel van het beschikbare budget op. Veertig procent van de bomen is tussen 40 en 50 jaar oud. Ze zijn allemaal in één keet geplant om de kaalslag uit de Tweede Wereldoorlog te compenseren. En al die bomen naderen het einde van hun levensduur.

De gemeente richt in het nieuwe bomenbeleid de blik op 2050: wat nu wordt aangeplant is dan immers een grote boom. Het uitgangspunt wordt grote bomen bij grote (toegangs)wegen, wat minder royale bomen bij doorgaande wegen en de kleinste in de woonwijken, waar vaak gewoon geen plek is voor meer. Ook kleinere bomen kunnen echter zorgen voor schaduwwerking op straat, wat in de toekomst bij de verwachte binnenstedelijke hittestress steeds noodzakelijker zal worden. De twintig procent is overigens gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, dat uitwees dat dit het gemiddelde is in Nederland.

 

VVD-raadslid Annemarie van Nieuwamerongen wees op Canadees onderzoek dat uitgaat van minimaal 40 procent kroonbedekking om het gewenste effect te sorteren, maar dat onderzoek had het stadhuis nog niet bereikt. Ook bijvoorbeeld het Australische Sydney werkt echter al met 40 procent. In de Verenigde Staten is dat percentage juist weer losgelaten.

Zaanstad gaat in de wijken routes uitzetten waardoor mensen ook bij grote hitte nog op een comfortabele manier bij voorzieningen kunnen komen. In het huitengebied krijgen de dorpslinten een eigen boomstructuur om de Zaanse identiteit te versterken. Dat betekent ook dat bomen die afsterven op sommige plekken niet teruggeplaatst zullen worden. Daarnaast krijgen bomen een plek in omgevingsplannen en zal er meer rekening mee gehouden moeten worden bij bouwprojecten. Investeren in ondergrondse plantgaten is een andere aanscherping in het beleid: nu groeien veel bomen heel slecht omdat ze er simpelweg geen ruimte voor hebben. Herplanten is in Zaanstad een lastig verhaal, omdat bomen hier door de hoge grondwaterstand hele brede wortelstelsels ontwikkelen.

De politieke besluitvorming over het nieuwe bomenbeleid volgt pas in juni. Dat gaat uitsluitend over bomen: struiken en andere beplanting vallen er buiten. Op onderstaand filmpje is te zoen hoe die zijn die geruimd om plaats te maken voor bloemen. 

Tegenover de Perim ( bij partycentre de tulp ) alle struiken weggehaald? Iedere ochtend zit het vol met pimpeltjes, koolmeesjes, winterkoninkjes, er zit zelfs een koperwiek, merels en allerlei insecten etc….Geloof mijn ogen niet, wil niet te negatief zijn, misschien komt er iets moois voor in de plaats, maar ben bang van niet.

Geplaatst door June Boldewijn op Donderdag 5 maart 2020

Reacties