Geen aanleiding voor beveiliging islamitische organisaties

Foto: Google Street View

In tegenstelling tot in Amsterdam zijn er in Zaanstad op dit moment geen redenen om islamitische instellingen te beveiligen. Er is regelmatig overleg tussen betrokken partijen waar een eventuele verhoogde dreiging ter sprake zou zijn gekomen, maar daartoe is geen aanleiding geweest.

Dat schrijft het college in antwoord op vragen van Denk. Het dreigingsbeeld wordt landelijk vastgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid waarbij vijf niveaus worden gehanteerd, met het beeld voor Nederland sinds 2013 ongewijzigd op niveau 4:

  1. Minimaal;
  2. Beperkt;
  3. Aanzienlijk;
  4. Substantieel;
  5. Kritiek.

Lokale afwegingen kunnen nopen tot verdergaande maatregelen dan elders in het land. Amsterdam betrekt daarbij zaken zoals de bouwkundige staat van de risico-objecten, de symbolische waarde en internationale uitstraling daarvan, individuele bedreigingen, lokale protestacties met een intimiderend karakter en risicovolle confrontaties tussen aanhangers van links- en rechtsextremistisch gedachtegoed. Dat is in Zaanstad allemaal niet in die mate aan de orde. De gemeente heeft om die reden ook geen apart budget voor beveiligingsmaatregelen voor islamitische instellingen.

Eigen verantwoordelijkheid

Instellingen en organisaties zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de veiligheid,’ schrijven B & W. ‘Door de extremere uitingsvormen van vandalisme tegen gebouwen van (religieuze) instellingen is er in Amsterdam een grotere bezorgdheid over het risico op beschadigingen aan die gebouwen.’ Sinds 2017 staat ‘veiligheid’ op de agenda in reguliere contacten tussen de gemeente en de besturen van (religieuze) instellingen en in de driehoek burgemeester – politie – justitie. ‘Er is geen aanleiding voor een extra analyse met betrekking tot risico’s voor religieuze instellingen,’ zo probeert het college de bezorgdheid van Denk weg te nemen.

Reacties