
Het is een dure les geweest voor Zaanstad, maar het faillissement van Groupcard en daarmee het einde van de Zaanse Pas is wellicht niet helemáál een echec geweest. De pas voldeed namelijk bij lange na niet aan de verwachtingen, zo blijkt nu. Het college is dan ook niet van plan om een op dezelfde leest geschoeide pas voor minima in het leven te roepen. De Zaanse Pas is al sinds afgelopen augustus buiten gebruik.
Het college heeft twee scenario’s onderzocht; verder gaan met de pas en deze verder ontwikkelen en stoppen. Dit is onderzocht door eerst te kijken naar de doelstellingen van de pas en in hoeverre die behaald zijn.Ten tweede is gekeken naar de voor- en nadelen per scenario en vervolgens naar de succesfactoren bij andere gemeenten, zoals voldoende regelingen op de pas.Tot slot is gekeken naar de financiële gevolgen van de twee scenario's, De uitkomst is een voorkeur voor het tweede scenario, gelet op het bereik, de uitvoerbaarheid, het draagvlak en de financiën. Het voorstel is om de Meedoen-regeling aan het Jeugdfonds Sport & Cultuur te koppelen.
'Deze aanpak biedt de meeste zekerheid om inwoners met een laag inkomen effectief te bereiken en te ondersteunen, terwijl het ruimte laat voor een heroverweging in de toekomst wanneer de omstandigheden veranderen,' aldus het college. In het contract met Groupcard was opgenomen dat de gemeente in 2025 een evaluatie zou uitvoeren en op basis daarvan zou bepaald worden of het contract zou worden verlengd of beëindigd. De twee scenario's zijn afgewogen aan de hand van de onderwerpen die onderdeel zouden zijn van deze dus al geplande evaluatie.

De bedoeling was dat meer inwoners zouden meedoen. De Meedoen-regeling wordt nu vaker gebruikt dan voor de Zaanse Pas. Het verschil is echter klein en lastig te vergelijken omdat er toen andere voorwaarden golden. De conclusie is daarom voorzichtig positief dat deze doelstelling is bereikt. De doelstelling om drempels te verlagen is onvoldoende bereikt. 'Uit de praktijk blijkt dat een aanzienlijk deel van de groep inwoners voor wie de ondersteuning bedoeld is, moeilijk te bereiken is via een digitale pas.' Ruim de helft van de doelgroep heeft er geen gebruik van gemaakt. Deze inwoners hebben baat bij persoonlijk contact, nabijheid en begeleiding, constateert het college. Bij de gemeente onbekende werkende armen moesten zelf een aanvraag indienen.
Het voor organisaties gemakkelijker maken om zich in te zetten voor minima heeft evenmin gewerkt. Alleen Stichting Leergeld is uiteindelijk aangesloten. Van alle mantelzorgers die een pas ontvingen, gebruikte slechts negentien procent die ook. Dat zijn 384 van de 2030 bekende mantelzorgers. Ter vergelijking: bij pashouders die de pas zelf kochten lag het gebruik hoger. Van de 638 kopers gebruikte 40 procent de pas minstens één keer. Dat zijn 252 mensen.

Het gebruik van de Zaanse Pas bleef dus fors achter bij wat Zaanstad voor ogen had. Het aandeel pashouders dat hem actief gebruikte groeide, maar was lager dan de doelstelling die al relatief laag lag. Uit de klanttevredenheidsonderzoeken onder minima, kooppashouders en mantelzorgers bleek dat inwoners de pas op onderdelen waarderen, maar dat het aanbod en de toepasbaarheid als beperkt werden ervoeren. Minima gaven het aanbod gemiddeld een zes en 43 procent gebruikte de pas niet. Ruim een kwart (26 procent) gaf aan dat het aanbod op de pas niet relevant was. Kooppashouders waardeerden de pas gemiddeld met een 6,3 en misten vooral aanbod op basisproducten. Mantelzorgers geven de pas een 6,6, maar er heeft slechts een kleine groep aan het onderzoek meegedaan, waardoor dit cijfer voorzichtig moet worden geïnterpreteerd.




