Gedeputeerde Staten hoeven van de Raad van State niet handhavend op te treden tegen Tata Steel vanwege vermeende overtredingen van een revisievergunning uit 2007. Onder meer de Stichting IJmondig wilde dat via het bestuursrecht afdwingen.
In de vergunning in kwestie staat dat Tata dient te beschikken over 'een gecertificeerd milieuzorgsysteem dat voldoet aan ISO 14001 of een door Gedeputeerde Staten als gelijkwaardig goedgekeurde norm'. De stichting die ijvert voor schone lucht in de omgeving van de staalfabriek stelde dat het bedrijf niet aan de voorwaarde voldoet. GS, de rechtbank en nu de Raad van State
concluderen echter het tegendeel.
Brits certificaat
Tata Steel beschikt over een certificaat dat is afgegeven door de British Standard Institution (BSI) waaruit volgens de rechers blijkt dat het milieuzorgsysteem aan de normen voldoet en dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de certificering niet de hele inrichting dekt. Een inhoudelijke controle van het milieuzorgsysteem was daarom niet noodzakelijk.
Betoog IJmondig
IJmondig en enkele medestanders betoogden dat de rechtbank had miskend dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar aanleiding van hun verzoek om handhaving. Zij stelden dat de kwestie niet kon worden overgelaten aan BSI, daar die organisatie in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd. Ook betoogen zij dat uit de ISO 14001-certificaten van Tata Steel voor de periode 2016 - 2018 en voor 2019 - 2021 zou blijken dat het hoogovenproces en de productie van vloeibaar ruwijzer niet onder het toepassingsbereik van die certificaten vallen.
Deze onderdelen worden namelijk pas op de tweede pagina van de certificaten genoemd, terwijl het toepassingsbereik op de eerste pagina staat, aldus IJmondig en andere. De stichting IJmondig noemde het ook voor de hand liggend dat het hoogovenproces en de productie van vloeibaar ruwijzer niet onder de certificering vallen, 'omdat die bedrijfsonderdelen zo verouderd, gebrekkig en vervuilend zijn, en zo vaak aanleiding geven tot handhavend optreden door de plaatselijke omgevingsdienst, dat het ondenkbaar is dat zij gecertificeerd kunnen worden'. Maar dat is volgens de uitspraak in dit geschil niet aan de orde.
Verworpen
Het college van Gedeputeerde Staten vroeg na het handhavingsverzoek van IJmondig de ISO 14001-certificaten op en liep die na op 'geldigheid, reikwijdte en evidente misslagen' en trof geen onregelmatigheden aan. 'De onderdelen waar het handhavingsverzoek in het bijzonder op ziet, het hoogovenproces en de productie van vloeibaar ruwijzer, zijn expliciet genoemd in die certificaten. Die activiteiten zijn weliswaar niet op de eerste bladzijde vermeld, maar wel bij de opsomming van de bedrijfsactiviteiten op de daarna volgende bladzijden, die deel uitmaken van het certificaat. BSI heeft bovendien desgevraagd bevestigd dat alle entiteiten, locaties en activiteiten, genoemd op alle bladzijden van het certificaat, deel uitmaken van de reikwijdte van het certificaat,' aldus de uitspraak van de RvS.