
De Amsterdamse kinderombudsman Anne Martien van der Does en zijn rechterhand in Zaanstad Doby van den Eijkhof hebben geen officieel kwantitatief of kwalitatief onderzoek gedaan naar de voorkeur van kinderen in Zaanstad wat betreft het uiterlijk van Piet, maar hebben gesprekken over het Sinterklaasfeest gevoerd met bijna 200 kinderen en jongeren.
Dat schrijft Van der Does aan de gemeenteraad naar aanleiding van landelijke ophef over het bericht dat ‘onderzoek’ zou hebben aangetoond dat Zaanse kinderen roetveegpieten willen. Dat is bezijden de waarheid: ‘De grote lijn uit deze gesprekken is dat veel kinderen hechten aan het verhaal achter Sinterklaas, als wijze oude man die op zijn witte paard over de daken gaat en zijn Pieten die hem helpen door pakjes te bezorgen door de schoorsteen. Volgens de kinderen moet het beeld van Piet bij dit verhaal aansluiten. Het zwart van de roetvegen uit de schoorsteen past daar bij. Andersgekleurde of bijvoorbeeld groene Pieten niet (‘Een Piet is toch geen plant’, zei een kind).'
Volgens Van der Does probeerde bij voorafgaand aan de dialoogavond over Piet die de gemeente had georganiseerd slechts te beeld te schetsen van de grote lijnen die uit de gevoerde gesprekken te halen zijn. Vragen die aan de orde kwamen waren onder andere hoe Zaanse kinderen Sinterklaas vieren en hoe hun mooiste intocht eruit zou zien.
Op 11 oktober was er een gesprek met tien Zaanse jongeren tussen zeventien en 25 jaar. Enkele citaten:
Op 17 oktober was er een gesprek met tien leden van de leerlingenraad in Krommenie, van dertien, veertien en vijftien jaar. Alle leerlingen bleken Sinterklaas te vieren en sommigen zelfs twee keer, bij beide ouders na een echtscheiding. Sommigen vieren het met een zak met cadeautjes, anderen maken surprises en gedichten. Ook worden er vaak spelletjes gespeeld. De cadeautjes vinden de leerlingen een fijne bijkomstigheid, maar het belangrijkste van de avond zelf is toch dat hele familie gezellig bij elkaar is: ‘Met de feestdagen wordt namelijk geen ruzie gemaakt.’
Bevraagd over arme gezinnen die geen geld hebben voor een feestelijke Sinterklaasviering gaven de jonge tieners aan dat daarvoor een pot geld beschikbaar gesteld moet worden door de gemeente. De kinderen moeten een Sinterklaasfeest krijgen in het jongerencentrum Baaz. Daar kan dan een Pietendiploma gehaald worden en kunnen ze een klein cadeau krijgen. De leerlingen zouden kunnen helpen bij de organisatie.
Ze gaan allemaal naar de landelijke intocht en twee van hen spelen zwarte Piet. Dat willen ze wel geschminkt doen, omdat de kinderen dat gewend zijn. Citaten:
Diezelfde dag werd gesproken met leerlingen uit groep 8 van een basisschool in Zaandam-Zuid. Op vijf leerlingen na vieren alle leerlingen Sinterklaas thuis. Zij vinden het het leuk om Sinterklaas te vieren, omdat jongere familieleden nog in Sinterklaas geloven en je cadeautjes krijgt. Ook wordt er verteld dat er op school Sinterklaas wordt gevierd. Iedereen maakt een lijstje met wensen, trekt een lootje en koopt een cadeautje voor vijf euro. Het cadeau wordt verpakt in een zelfgemaakte surprise, met een gedichtje erbij. Op de dag zelf is er dan een algemene opening waar Sinterklaas met zijn Pieten komt. De hele school zingt en danst dan mee.
De kinderen die het niet vieren geven aan dat ze Sinterklaas en Kerstmis tegelijk vieren. De cadeaus vindt de ene helft van de klas belangrijk, de andere minder. Om kinderen uit arme gezinnen ook een feestelijke dag te gunnen willen ze hun eigen oude speelgoed weggeven, eten en drinken weggeven, een fonds of spaarpot maken of geld inzamelen en dat aan de ouders geven.
De leerlingen geven aan dat zij voor Zwarte Piet of een variant hierop zijn. Enkele citaten:
Op de vraag hoe de leerlingen een Piet het liefst zien, geven de meesten aan dat het geen Kleuren Piet of ander type dan een Zwarte Piet moet zijn. ‘Als het maar geloofwaardig is, niet alle kleuren.’ Het belangrijkste is voor alle kinderen de gezelligheid die bij het Sinterklaasfeest hoort. Het samen zijn met familie. Ieder kind moet op zijn of haar manier het Sinterklaasfeest kunnen vieren.
Op 30 oktober was een groep 7 van een basisschool in Assendelft aan de beurt. Op drie leerlingen na vieren alle leerlingen Sinterklaas thuis. Ze geven aan dat ze cadeaus enerzijds wel belangrijk zijn, maar anderzijds het samen zijn en de gezelligheid het belangrijkst vinden.
Een leerling zegt niet meer naar het Sinterklaasjournaal te kijken omdat hij het niet meer leuk vindt vanwege de gekleurde Pieten. Een ander geeft aan dat mensen die bruin zijn zwarte Pieten niet leuk vinden: ‘Mijn vader is bruin, die vindt het niet leuk als het tegen hem gezegd wordt.’ Weer een andere leerling begint over discriminatie: ‘Sinterklaas schrijft alleen in zijn boekje en doet niks. De Pieten moet alles doen.’ En waar de ene leerling een zwarte Piet wil, vindt de andere een roze Piet cool. Enkele quotes:
Een dialoog met een groep 8 van een basisschool in Assendelft bracht aan het licht dat op drie leerlingen na alle leerlingen thuis Sinterklaas vieren. De drie die geen Sinterklaas vieren, vieren het Suikerfeest. De leerlingen vinden in het algemeen dat zwarte Piet kan blijven, maar vinden Roetveeg Piet ook leuk.
Er wordt aangegeven dat ze het belangrijk vinden dat de jongere kinderen, die nog in Sinterklaas geloven, blij zijn op deze dag: ‘Zolang hij maar pepernoten geeft vinden de kinderen het allemaal goed.’ Voor de intocht hadden ze de volgende tips: kinderen moeten vooraan staan, ze moeten een leuke dag hebben zonder demonstranten en ruzies en gezelligheid is het belangrijkst.
Een gesprek met groep 8 van een basisschool in Krommenie op 5 november toont aan dat ook hier bijna iedereen thuis Sinterklaas viert met familie en vrienden. In het algemeen vinden de leerlingen dat Piet donker moet blijven. Een leerling geeft aan dat Piet niet zwart hoeft te blijven, want niemand is zwart, maar wel donkerbruin. Twee leerlingen vinden het idee van een Kleuren Piet leuk. Anderen niet, want dat klopt niet met het verhaal. Enkele citaten:
Een groep 5 van een basisschool in Krommenie werd dezelfde dag bezocht. Daar vieren op eentje na alle kinderen thuis Sinterklaas. De uitzondering niet, omdat ze geen schoorsteen hebben en daarom heeft het geen zin om Sinterklaas te vieren. Het leukste aan Sinterklaas vinden de leerlingen het krijgen van cadeaus, waarbij er hard op de deur wordt geklopt en er pakjes worden achtgelaten.
Het leukste aan de intocht vinden zij de pepernoten die ze van Piet krijgen en het aaien van het paard. Ook verheugen de leerlingen zich op het verkleden als een Piet. Ze vinden het belangrijk dat het Sinterklaasfeest gezellig is en dat Sinterklaas op tijd komt met de cadeautjes. Minder belangrijk is dat Sinterklaas ook daadwerkelijk op een paard op het dak arriveert. Tips voor de optocht: Sinterklaas moet zijn mooiste mijter op en zijn staf en paard niet vergeten en hij moet zelf ook een cadeau krijgen.
Leerlingen uit groep 8 van een basisschool in Wormerveer vieren Sinterklaas allemaal thuis. Ze vinden de cadeautjes een belangrijk element, samen met de pepernoten en de gezelligheid. ‘Het eten van boerenkool en erwtensoep en het zingen van liedjes hoort bij het vieren van Sinterklaas,’ aldus een leerling. Voor arme kinderen willen ze een girorekening openen zodat mensen daar geld op kunnen storten voor cadeautjes, inzamelingsacties voor hetzelfde doel of eigen speelgoed dat niet of nauwelijks gebruikt is doneren.
De leerlingen vinden Sinterklaas minder gezellig geworden omdat er altijd discussie ontstaat. Ze begrijpen niet waarom er over de kleur zwart wordt geklaagd en vinden het belangrijk dat Piet blijft zoals hij altijd was omdat de kleur als camouflage dient. Wel geven ze aan te begrijpen dat er enige historie gepaard gaat met de manier waarop Sinterklaas vroeger zwarte mensen in dienst had als hulpjes bij het verdelen van de cadeaus. Ook snappen ze dat vooral getinte mensen door de slavernij zijn gekwetst.
Ook via de mail en WhatsApp is gevraagd om input van jongeren en kinderen over het Sinterklaasfeest. Het volgende is toegestuurd:
Dat alles samengevat brengt Van der Does tot de conclusie dat de kinderen het leuk vonden om over dit maatschappelijk thema in gesprek te gaan en hun mening te laten horen. Het werd meteen duidelijk wat ze leuk en belangrijk vinden aan het Sinterklaasfeest: gezelligheid, pakjes, Sinterklaas met zijn paard en pepernoten. En Piet moet vooral gek en cool zijn.
In groep 8 kon het dialoog ook inhoudelijk worden gevoerd. De leerlingen zijn vooral van mening dat de discussie onnodig is en dat Zwarte Piet moet blijven bestaan, omdat de kleur past in het verhaal en als camouflage dient. Tegelijkertijd snappen ze wel dat getinte mensen zich gekwetst kunnen voelen door het fenomeen. Op dat moment vinden de leerlingen een Roetveeg Piet ook acceptabel.
Piet moet vooral niet bont gekleurd of wit zijn, anders is het geen leuk feest meer, dan zullen kinderen er niet meer in geloven. ‘Al met al was het een dialoog tussen allemaal pientere kinderen die hun mening over het Sinterklaasfeest en de Pietendiscussie kenbaar maakten met begrip voor elkaar.’
Hoewel de kinderen en jongeren het niet altijd eens waren met de mening van de ander, gingen de dialogen met groot respect voor elkaar, schrijft Van der Does ook. ‘Ze hebben naar elkaar geluisterd over hoe de ander het Sinterklaasfeest viert zonder te oordelen of te veroordelen. Zo waren er ook leerlingen die geen Sinterklaas vierden, maar Kerstmis of het Suikerfeest, maar die toch vonden dat de kinderen die wel Sinterklaas vieren het op hun eigen manier moeten kunnen vieren.’
Daarnaast waren er kinderen met een niet-westerse achtergrond die voor zwarte Piet waren en tegelijkertijd ook kinderen met een westerse achtergrond die liever een Roetveeg Piet hebben. ‘Uit de dialogen is naar voren gekomen dat de kinderen het van belang achten dat het gezellig is op Sinterklaas en er geen ruzies ontstaan over het Sinterklaasfeest.’