Tijdens een Yad Vashem-ceremonie in Den Haag zijn gisteren drie Nederlandse families postuum geëerd als Rechtvaardigen onder de Volkeren. De families Pot, Bremmer en Van der Haar werden onderscheiden voor hun moedige hulp aan Joodse onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog.
'Achter de drie onderscheidingen schuilen twee bijzondere verhalen over gewone Nederlanders die, met gevaar voor eigen leven, besloten vervolgde Joden te helpen,' aldus de anbassade van Israël. Eén van die verhalen gaat over Arijan en Hendrika Pot - de Boer uit Zaandam. Hun familie was nauw betrokken bij het verzet en het echtpaar bood tijdens de oorlog onderdak aan verschillende Joodse onderduikers.
In oktober 1943 kwam de vijfjarige David Herman Leuw bij hen terecht nadat zijn eerdere onderduikadres in Nieuw-Vennep was overvallen. Bij de familie Pot kreeg hij een nieuwe naam: Herman Pot. De blonde jongen kon relatief vrij buiten spelen en groeide uit tot een soort broer voor dochter An. Buurtbewoners hielpen wanneer gevaar dreigde. Soms werd Herman in een deken over de schutting getild en tijdelijk bij de buren verborgen.
Eén keer kwam het gevaar letterlijk tot aan de voordeur. Een Duitse soldaat vroeg Herman of er een radio in huis was en tilde hem op zijn schouders mee naar binnen. Arijan Pot was doodsbang. Herman wees echter naar de telefoon, in de veronderstelling dat de soldaat daarnaar vroeg. De Duitser vertrok zonder te beseffen dat hij zojuist een Joods kind op zijn schouders had gedragen.
Hermans vader werd in Auschwitz vermoord. Zijn moeder en twee zussen overleefden de oorlog in onderduik. Toen zijn moeder na de bevrijding bij de familie Pot arriveerde, viel zij op haar knieën en vroeg: 'Mag ik hem alsjeblieft terug?' Hendrika antwoordde dat zij hem natuurlijk terugkreeg en dat zij alleen het voorrecht had gehad om voor hem te mogen zorgen. De band tussen beide families bleef ook na de oorlog bestaan. David Herman Leuw emigreerde later naar Israël, maar bleef de familie Pot tijdens bezoeken aan Nederland opzoeken. Hij en An Pot bleven elkaar hun leven lang als broer en zus beschouwen.
Lotje
Het tweede verhaal draait om het Joodse echtpaar Max en Julia van Saxen - Heertjes Kort na hun huwelijk in 1943 moesten zij onderduiken. Julia was op dat moment zwanger en beviel in november 1943, na slechts zeven maanden zwangerschap, onverwacht van hun dochter Mirjam.
Na drie maanden in een couveuse kon Mirjam het ziekenhuis verlaten. Verzetsman Reindert Gerardus van der Haar, die onder de schuilnaam Frits actief was, en zijn verloofde Annetje Bremmer haalden de baby op in Amsterdam. Onderweg konden Max en Julia hun dochter voor het eerst in maanden even vasthouden.
Mirjam werd vervolgens ondergebracht bij Annetjes ouders, Jan Nicolaas en Wilhelmina Bremmer - Beerhorst in De Bilt. Om haar identiteit verborgen te houden kreeg zij de naam Charlotte, of ‘Lotje’. Zelfs de andere kinderen in het gezin mochten haar echte naam niet kennen.
De Bremmers verzorgden het meisje liefdevol, maar Mirjams gezondheid was kwetsbaar. Ondanks medische hulp overleed zij toen zij ongeveer zeven maanden oud was. Haar Joodse ouders, die elders ondergedoken zaten, konden niet bij haar zijn. Reindert van der Haar bleef zich ondertussen inzetten voor Max en Julia en regelde verschillende veilige onderduikadressen in Utrecht en later Zeist. Het echtpaar overleefde de oorlog en kreeg daarna nog drie kinderen.
Decennia later kreeg het verhaal een bijzondere epiloog. De familie Bremmer had één foto van de kleine Mirjam bewaard. In 2019 wisten zij familieleden van Max en Julia in Israël terug te vinden en werd de foto tijdens een emotionele ontmoeting aan hen teruggegeven.
Yad Vashem
Yad Vashem in Jeruzalem is het officiële Israëlische instituut ter nagedachtenis aan de zes miljoen Joodse slachtoffers van de Holocaust. Het instituut verricht historisch onderzoek, verzamelt getuigenissen en documenten, verzorgt onderwijs over de Shoah en eert hen die tijdens de Holocaust Joden hebben gered.