De vertegenwoordigers van Zaanstad in de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam zien met lede ogen aan hoe de kosten voor de Oostbrug over het IJ in de hoofdstad
steeds verder oplopen. De fiets- en voetgangersbrug zou eerst zo'n 340 miljoen gaan kosten, maar de laatste raming is 650 tot 850 miljoen euro. En Zaanstad betaalt er indirect aan mee.
De raadsleden Fidel Lopes (VVD), Jos Kerkhoven (DZ), Menno Barends (PVV), Ingrid Jahn - van Binsbergen (FvD), Jochem de Haan (D66) en Rob Karst (LZ) houden de belangen van Zaanstad in het samenwerkingsverband in het oog en ze zijn eensgezind in hun kritiek. Te meer nu het erop lijkt dat de explosieve kostenstijging al vóór de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 bekend was, maar dat die informatie bewust is achtergehouden voor de raden van alle deelnemende veertien gemeenten.
Vragen
Het Zaansee contingent roept daarom het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio schriftelijk op het matje. Wanneer was dat zich ervan bewust dat de toegezegde bijdrage van de VRA van 150 miljoen euro - gebaseerd op de toen geldende raming van circa 340 miljoen - bij lange na niet toereikend zou zijn?
En 'op welke wijze is geborgd dat alle veertien deelnemende gemeenten - niet alleen de gemeente Amsterdam - tijdig en gelijktijdig worden geïnformeerd over majeure kostenontwikkelingen bij projecten als de Oostbrug en welke afspraken zijn op dit moment van kracht over de verdeling van eventuele meerkosten tussen Amsterdam, de Vervoerregio en eventuele andere financiële partners' zijn enkele van de vragen aan het Dagelijks Bestuur.
Anderen de klos?
De meest prangende financiële vraag is welke gevolgen een eventuele aanvullende bijdrage aan de Oostbrug - die het Hamerkwartier in Amsterdam Noord verbindt met het Azartplein in Amsterdam Oost - heeft voor de investeringsruimte die beschikbaar is voor projecten in de overige gemeenten, waaronder Zaanstad?