
Het aantal starters dat een bestaand huis heeft gekocht is in de eerste helft van dit jaar toegenomen. Dat meldt makelaarsorganisatie NVM . De vereniging spreekt van 'een welkome ontwikkeling,' nadat vooral deze groep de afgelopen jaren knel zat op de oververhitte krappe woningmarkt. Ondanks de huidige positieve signalen blijft de situatie echter zorgelijk voor starters die niet beschikken over (veel) eigen geld.
Zowel in het eerste als het tweede kwartaal van 2023 lag het aantal starters dat een woning heeft gekocht hoger dan een jaar eerder. Dat is een opvallende toename, aangezien het totale aantal woningverkopen juist lager uitviel dan vorig jaar. Het aandeel starters is daarmee sinds 2022 binnen de totale koopwoningmarkt toegenomen ten koste van doorstromers en beleggers. Inmiddels is 45 procent van de kopers een starter. Voorheen was dit circa 40 procent.
De NVM constateert in haar onderzoek dat maar een beperkt deel van de starters een appartement (29 procent) koopt of een woning kleiner dan 75 vierkante meter (achttien procent). Dit gaat in tegen het ook in Zaanstad stereotype beeld dat een starterswoning een klein appartement zou zijn. Wel neemt de gemiddelde oppervlakte af van door starters gekochte woningen. Voor appartementen is deze gemiddeld 73 vierkante meter en bij woonhuizen gemiddeld 114. Starters blijken in de afgelopen jaren alleen kleinere woningen te hebben gekocht door de sterk toegenomen prijzen. Ook neemt de gemiddelde leeftijd van koopstarters af. Dat komt doordat oudere huurders minder vaak de overstap maken van de huur- naar koopsector.
'We zien dat de financiële positie van koopstarters over het algemeen is verbeterd in 2023, ondanks de gestegen hypotheekrente,' zegt Lana Gerssen, voorzitter van de NVM-vakgroep Wonen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de ruimere leennormen, de sterke inkomensstijging en de gedaalde woningprijzen. Een starter betaalde volgens Gerssen op de piek in de koopwoningmarkt in 2022 gemiddeld 369.000 euro. Op het laagste punt in de markt in het eerste kwartaal van 2023 betaalde die starter 329.000 euro voor een woning.
Ondanks de verbeterde positie van starters blijft het voor deze groep wel lastig om zonder eigen geld een woning te vinden. Alleenstaande starters met een brutosalaris van 38.000 euro per jaar kunnen met hun leencapaciteit van ongeveer 159.000 euro slechts drie procent van de momenteel beschikbare woningen financieren. Stellen die beiden modaal verdienen hebben al betere kansen. Met een leencapaciteit van zo’n 358.000 euro kunnen die 37 procent van het aanbod volledig financieren.