
Het wordt vaak al te gemakkelijk gezegd: wie arm is moet maar gaan werken. Maar zo'n 220.000 werkende mensen zijn arm ondanks hun inkomen. Werk, en dus salaris, biedt niet voor iedereen voldoende bestaanszekerheid. Dat concludeert de Sociaal Economische Raad in een advies aan het (volgende) kabinet.
Om uit die armoede te komen is een aanpak nodig op meerdere fronten: een voldoende en stabiel inkomen, werk dat voldoende perspectief biedt en dienstverlening die aansluit op de behoeften van werkende minima. 'De armoede voor een deel van deze mensen is gelukkig tijdelijk, maar er is ook een groep die langdurig in armoede werkt of steeds terugvalt,' aldus de SER. De gevolgen van armoede raken bovendien ook de kinderen in hun gezinnen, die daardoor een slechte start in hun leven krijgen. Twee jaar geleden ging het in Zaanstad om zo'n 1400 huishoudens in deze situatie.
Werkende armen vormen een zeer gevarieerde groep. Velen van hen werken in deeltijd of onregelmatig, dus niet het hele jaar door hetzelfde aantal uren. Dit kwam ook ter sprake in het recente middellange termijn advies
van de Raad. Vaak gaat het om mensen die laag zijn opgeleid. Sommigen belanden onverwacht, bijvoorbeeld door persoonlijke tegenslag in armoede. Zulke pech kan iedereen overkomen.
[embed][/embed]
De aanbevelingen van de SER richten zich zowel op het Rijk en gemeenten als op sociale partners en anderen. De belangrijkste aanbeveling voor inkomen is: zorg dat mensen voldoende inkomen halen uit hun werk en dat dat inkomen voldoende stabiel is. Daarvoor kunnen bijvoorbeeld als instrumenten premies en belastingen worden ingezet. Ook stelt de SER voor om het wettelijk minimumloon te verhogen en de loonkostenstijging hiervan te compenseren om werkgelegenheidsverlies te voorkomen.
Op het gebied van werk is actie nodig op het bevorderen van meer uren voor werknemers die dat willen en nodig hebben. Dat kan door bestaande deeltijdbanen te vergroten of te zorgen voor meer aaneengesloten werkuren. Hiervoor is een brede aanpak nodig van werkgevers, werknemers, ZZP’ers en overheid.
Op het gebied van dienstverlening wordt geconstateerd dat er niet altijd wordt gebruiktgemaakt van bestaande regelingen. Rijk, gemeenten, werknemers en werkgevers moeten dat samen verbeteren. Naast digitale dienstverlening zijn nodig: betrouwbaar en persoonlijk advies, minder ingewikkelde regels en mogelijkheden tot het forceren van doorbraken.
De SER publiceerde onlangs ook al adviezen over kinderopvang en gelijke kansen in het onderwijs . En er zijn groepen die net boven de armoedegrens zitten, maar vergelijkbare problemen hebben. Daar gaat de verkenning Werken zonder Armoed e op in.






