
Koopwoningen zijn in oktober weer duurder geworden in vergelijking met de voorgaande maand. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Kadaster stegen de prijzen voor huizen gemiddeld 0,7 procent. Na een daling van de huizenprijzen vorig jaar lijkt de markt zich te herstellen. De huizenprijzen waren het laagst in juni 2013. Vergeleken met die maand zijn koopwoningen nu 92 procent duurder.
Vergeleken met oktober vorig jaar wisselden koopwoningen nog wel voor een lager bedrag van eigenaar. Maar de daling op jaarbasis van 2,3 procent is minder sterk dan in voorgaande maanden. Verkopers vonden vaker een koper. Het Kadaster maakt bekend dat vorige maand 15.705 woningen een nieuwe eigenaar vonden, zes procent meer dan een jaar eerder. In de eerste tien maanden van dit jaar ligt het aantal woningverkopen nog wel zes procent lager dan in dezelfde periode van 2022.
Halverwege vorig jaar begonnen de huizenprijzen te dalen, voor het eerst in jaren. Dat had voor een groot deel te maken met de ontwikkeling van de rentes. Jarenlang daalden de leenkosten, dus ook voor hypotheken, waardoor woningzoekers meer konden betalen voor een woning. Maar om de hoge inflatie tegen te gaan, begonnen centrale banken vorig jaar de rentes te verhogen, waardoor ook hypotheken snel duurder werden.
Eind oktober signaleerde de Hypotheekshop dat de woningmarkt die schok van stijgende rentes te boven is gekomen. Het moederbedrijf van deze hypotheekadviseur sprak van een stijging van de huizenprijzen in oktober op jaarbasis. Het verschil is dat het CBS de koopbedragen pas meet op het moment dat die door een notaris zijn verwerkt, terwijl veel andere organisaties de huizenprijzen vaststellen op het moment van tekenen van het contract.