
Sinds 2016 is in 37 van de 44 Noord-Hollandse gemeenten sprake van een daling in het aandeel inwoners dat aan de beweegrichtlijn voldoet. Dat betekent dat in bijna vijf op de zes gemeenten minder inwoners voldoende bewegen dan acht jaar eerder. De grootste achteruitgang is te zien in Dijk en Waard (min 17,5 procent), gevolgd door Purmerend (min 13,5 procent). Maar daarna al volgt Zaanstad met een afname van 11,2 procent, ondanks alle inspanningen van het gemeentebestuur.
In een kleiner aantal gemeenten is juist sprake van een stijging. De grootste toename is zichtbaar in Bergen, waar het aandeel inwoners dat aan de beweegrichtlijn voldoet toenam met 8,2 procent. Ook in Wormerland (plus 7,7) en Laren (plus 7,6 procent) was sprake van een duidelijke stijging. Uit de Gezondheidsmonitor 2024 blijkt dat het aandeel Noord-Hollanders dat aan de beweegrichtlijn voldoet sinds 2016 is teruggelopen van 53,8 naar 51,8 procent. De landelijke ambitie is dat in 2040 drie kwart van de Nederlanders voldoende beweegt. Deze doelstelling van de Rijksoverheid, in samenwerking met maatschappelijke partners, komt in Zaanstad dus niet dichterbij.

Maar in andere gemeenten lukt het wel, blijkt uit een analyse van thuisstudieplatform Laudius, dat de cijfers uit de Gezondheidsmonitor over meerdere jaren vergeleek.De grootste positieve ontwikkeling was te zien in Voerendaal, waar het aandeel volwassenen dat voldoende beweegt steeg van 36,2 naar 45,6 procent, een plus van 26 procent. Ook Losser (plus 13,3 procent) en Urk (plus 13,2) lieten aanzienlijke verbeteringen zien. Van alle Nederlanders voldoen volwassen Noord-Hollanders wel het vaakst aan de beweegrichtlijn, die onder meer adviseert om wekelijks minimaal 150 minuten matig intensief te bewegen. Toch haalt slechts 51,8 procent van de inwoners deze norm.





