
De Vervoerregio Amsterdam heeft nog tot 32 miljoen per jaar over om te besteden aan het voorkomen van een verdere verschraling van het Openbaar Vervoer. Dat bedrag is nog over van het extra geld dat binnenkwam na een Kamermotie met hetzelfde beoogde doel. Een deel - 52 miljoen - is al besteed aan het voorkomen van tariefsverhogingen in 2024.
De Vervoerregio wil het geld uitgeven in overleg met de gezamenlijke gemeenteraden. Het samenwerkingsverband wil (structurele) vermindering van OV-aanbod voorkomen of terugdraaien maar er ook voor zorgen dat mensen gemakkelijker, aangenamer en (daardoor) vaker het OV kunnen gebruiken. Dat betekent vooral redeneren vanuit de behoeften van de verschillende typen reizigers en eventueel met de mens als startpunt nieuwe oplossingen accepteren en gaan gebruiken.
De Vervoerregio wil het OV vooral op de middellange afstand laten concurreren met de auto en liever niet met de fiets en lopen; per gebied bekijken welke oplossing het beste past en zorgen dat op meer plekken en tijdstippen de bereikbaarheid met het OV voldoende is. In eerste instantie richten de plannen zich op de komede drie jaar en het is de bedoeling om in te zetten op maatregelen die zichzelf terugverdienen. 'Door nu te investeren in zaken met dit specifieke effect, zorgen we voor een permanente doorwerking van de investering en maken we het structurele geld in de toekomst vrij om nógmaals uit te geven.'
Omdat het beschikbare geld bovenop de begroting komt ziet de Vervoerregio nu ook een kans'om grootser te denken dan normaal,' met bijvoorbeeld investeringen die een groot effect hebben maar een looptijd hebben buiten de driejarige horizon van de plannen. Hoewel de behoeften van de verschillende deelregio’s anders zijn, wordt het geld gebruikt om verschraling op alle plaatsen binnen de regio te voorkomen. Simpelweg vervoerder EBS een extra zak met geld geven voor meer bussen gaat het niet worden, want daarmee zijn geen chauffeurs te koop.