Het geboortecijfer daalt al sinds 2010 in bijna alle Nederlandse gemeenten. In Zaanstad bedroeg dat in 2024 nog 1,51 kinderen per vrouw, net als in Oostzaan. Wormerland zat daar met 1,58 net boven.
Het totaal vruchtbaarheidscijfer per vrouw blijkt in 2024 bijna overal lager te liggen dan tien jaar eerder. De verschillen tussen gemeenten zijn groot: in 2024 varieerde het vruchtbaarheidscijfer van 0,58 kinderen per vrouw op het Waddeneiland Vlieland tot 2,5 in Urk. Een geboortecijfer van 1,51 betekent dat de bevolking op de lange termijn zonder migratie zal krimpen en vergrijzen. Om een bevolking stabiel te houden is een gemiddelde van 2,1 kinderen per vrouw nodig.
Factoren die samenhangen met een laag geboortecijfer op gemeentelijk niveau zijn het aandeel alleenwonende vrouwen, het aandeel in het buitenland geboren vrouwen (al verschilt dit naar herkomst), het aandeel stemmers op conservatief-christelijke partijen, het inkomen en het aandeel van nieuwbouwwoningen.