Migranten in Zaandam Zuidoost willen hun kind vooral zelfvertrouwen meegeven

Foto: Wikimedia

Kinderen zelfvertrouwen geven zodat ze leren zich staande te houden in een complexe maatschappij en tussen twee culturen. Dat wordt volgens onderzoek door Pharos Expertisecentrum Gezondheidsverschillen door ouders in Zaanstad Zuidoost als hun belangrijkste opvoedkundige taak gezien.

Het onderzoek onder migranten werd gedaan in opdracht van Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) Zaanstad, om te inventariseren hoe (groot)ouders in Poelenburg en Peldersveld aankijken tegen het belang van gezond eten. Er werd gesproken met 31 vaders, moeders, opa’s en oma’s. De meesten waren laagopgeleid en hadden geen of laagbetaald werk; de moeders waren allemaal full time huisvrouw.

De basis

In alle gesprekken kwam volgens het onderzoeksrapport naar voren dat ouders in Zaandam Zuidoost, onafhankelijk van elkaar, het zelfvertrouwen van hun kinderen het allerbelangrijkste opvoeddoel vinden. Zelfvertrouwen wordt gezien als een belangrijke basis om andere doelen in de opvoeding te bereiken: goede cijfers, gezondheid. Als je zelfvertrouwen hebt, dan komt al het andere vanzelf, was vaak de opvatting. Inclusief een goede gezondheid.

Ouders geven zelf aan dat er een verschuiving plaatsheeft in wat ze belangrijk vinden voor hun kinderen. Een belangrijk opvoeddoel dat traditioneel diepgeworteld zit in bijvoorbeeld de Turkse cultuur is respect voor de ouders, luisteren naar je ouders, je houden aan de regels van je ouders. Die visie verdwijnt naar de achtergrond en eenrichtingsverkeer van het kind naar de ouders maakt plaats voor wederzijds respect.

Worsteling

Ouders gaven aan daarvoor open te staan: een goed contact, echt luisteren naar je kinderen, vertrouwen winnen, complimenten geven en er zijn voor je kind worden als belangrijke nieuwe waarden ervaren. Net als kinderen toestaan om fouten te maken en daarover te vertellen, omdat ze anders dingen stiekem gaan doen. Maar het is ook een worsteling: er is angst voor verwijten maar tevens voor verwennerij; het schuurt tussen liefde geven en grenzen stellen. ‘Als je zelf het voorbeeld niet hebt gehad dan is de balans tussen een eigen mening en brutaal, tussen ruimte geven en regels stellen een hele opgave. Het is experimenterend leren,’ schrijven de onderzoekers.

Gezondheid

Veel ouders vinden gezondheid een heel belangrijk doel voor hun kind. Voor henzelf is dat veel minder duidelijk. Ouders verschillen daarin sterk, de ene ziet de eigen gezondheid als basis voor het gezin, de andere ziet gezondheid als doel voor de kinderen maar niet voor zichzelf. Gezondheid wordt al snel gezien als de afwezigheid van ziekte. Doordat je functioneert, ben je gezond.

Fit zijn, een gezonde leefstijl en de relatie tussen bewegen, je goed voelen en gezond zijn roept veel discussie op. Hoogopgeleide bewoners zien een relatie tussen leefstijl en het voorkomen van ziekte. Ze zeggen dat je de plicht hebt om goed voor je lichaam en geest te zorgen en dat je invloed hebt op je gezondheid. Dat laatste bleek veel discussie en sterke emoties op te roepen.

Voorbestemd

Sommige bewoners menen dat het van tevoren vastligt of je ooit ziek wordt, dat dat is voorbestemd. Ziek worden ligt buiten de schuld van het individu. Uit de omgeving zijn chronische ziektes bekend – zoals diabetes en een hoge bloeddruk – en in die gevallen wordt wel een relatie gezien met gezond eten. Maar er wordt geen relatie gelegd met de eigen leefstijl en de kans op ziekte in de toekomst.

Bewegen als onderdeel van een gezonde leefstijl wordt door de bewoners nergens genoemd. Zwemmen en wandelen worden gezien als een uitlaadklep voor de geest. Voetballen doen kinderen omdat ze het leuk vinden. De redenen om te gaan bewegen worden niet aan fysieke gezondheid gekoppeld, maar aan psychisch welzijn.

Lichaam en geest

In alle gesprekken kwam sterk naar voren dat geest en lichaam samen bepalen of je gezond bent. Bewoners kwamen daar zelf mee na de open vraag wat zij onder gezondheid verstaan. Als je een ziek gevoel hebt, of je bent moe, dan kun je toch veranderen door iets anders te denken. ‘Eerst je hoofd, dan je lichaam.’

De vrouwen beschreven op verschillende momenten ook uitzichtloosheid als een risico voor hun gezondheid. Een goed leven voor hun kinderen is hun primaire doel. Tijdens de gesprekken toonden ze zich actief. Ze deelden hun meningen en willen leren van die van de anderen. Ze deelden hun ervaringen met psychische worstelingen, eenzaamheid, geweld, moeilijke opvoedsituaties. ‘Praten helpt, maar als je eenzaam bent kun je niet praten. Dan val je terug op medicijnen.’

Argwaan

Opvallend is de argwaan tegenover voedingswaren: in een mandarijn zitten veel hormonen, in kippen zitten medicijnen, in kraanwater giftige stoffen, in sap goede suikers en een thuisgebakken loempia is gezonder dan die uit de snackbar. Van traditionele producten weten moeders dat ze gezond zijn. Maar als kinderen die niet eten, dan wordt gezocht naar een tussenweg: ze verstoppen tussen andere producten, fijnmalen. Thuis iets maken dat de kinderen lusten om te voorkomen dat ze buiten gaan snacken.

Ouders zeggen de invloed op het gedrag van hun kind kwijt te raken op school en in de buurt. Veel slecht eten wordt op straat gehaald en genuttigd. Als kinderen aan tafel niet goed eten, halen ze snoep of ander lekkers in de winkel.

Alle bewoners blijken te willen leren, van elkaar en van professionals. De meesten zien dat er een inhaalslag te maken is. Ze zijn positief over de voorlichting die ze al krijgen via het consultatiebureau, maar in het algemeen wordt gezegd dat er veel te weinig bewustzijn is over gezondheid, te weinig tijd en te weinig herhaling van duidelijke boodschappen.

Voorlichting in de wijk

Voorlichting over voeding, gezondheid en opvoeding zou in de wijk zelf moeten plaatsvinden, zeggen de bewoners. In de moskee, in buurthuizen, op plekken waar bewoners al samenkomen. Daar zouden ook andere initiatieven kunnen ontstaan, zoals sporten in de buurt. Ook speeltuintjes in de buurt zouden duidelijker een ontmoetingsplek kunnen worden door bewoners hier gerichter op te wijzen en via bankjes en stoelen ontmoetingen mogelijk te maken.

Rolmodellen

Ouders hebben behoefte aan rolmodellen uit de gemeenschap,’ concluderen de onderzoekers. ‘Opleiden van informele zorgverleners tot groepsvoorlichters of workshopleiders kan goed werken om een paradigmaverschuiving op gang te brengen. Tijdens dit onderzoek kwam duidelijk naar voren dat positieve voorbeelden van andere ouders gewaardeerd worden.’ Ook is het belangrijk om deze rolmodellen goed op te leiden en om formele en informele zorg samen te laten optrekken. ‘Denk bijvoorbeeld aan workshops in duo’s door een verpleegkundige en een bewoonster.’

 

Reacties